Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8147

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-09-2009
Datum publicatie
23-09-2009
Zaaknummer
08-6877 WAO
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Anders dan appellant, en met de rechtbank, is de Raad van oordeel dat er, gelet op de stukken, geen grond bestaat voor twijfel aan de door het Uwv in acht genomen medische beperkingen van appellant.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/6877 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 27 oktober 2008, 08/20

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 18 september 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. L.J. van der Veen, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Van der Veen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.A. Klaver.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 17 november 2006 heeft het Uwv de aan appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekende uitkering, die laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100 %, met ingang van 10 januari 2007 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.

1.2. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 21 november 2007 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit uitvoerig gemotiveerd ongegrond verklaard. Met betrekking tot de door appellant overgelegde nadere medische gegevens overwoog de rechtbank hierin geen grond te zien om te oordelen dat de beide verzekeringsartsen de beperkingen van appellant hebben onderschat. Voor het aannemen van een urenbeperking voor het verrichten van arbeid zijn ook geen aanwijzingen gevonden in de beschikbare medische gegevens. Uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid van appellant ziet de rechtbank geen grond om ervan uit te gaan dat de aan appellant voorgehouden functies voor hem niet geschikt zouden zijn.

3. In hoger beroep heeft appellant, evenals in beroep, aangevoerd dat het standpunt van het Uwv onvoldoende recht doet aan zijn medische situatie door vast te stellen dat hij weer in staat is om fulltime loonvormende arbeid te verrichten.

4. De Raad oordeelt als volgt.

4.1. Anders dan appellant, en met de rechtbank, is de Raad van oordeel dat er, gelet op de stukken, geen grond bestaat voor twijfel aan de door het Uwv in acht genomen medische beperkingen van appellant. Uit de bij brief van 22 juni 2009 overgelegde nadere medische gegevens leidt de Raad af dat appellant vanwege een verergering van zijn psychische klachten in juli 2007 is verwezen voor psycho-therapeutische behandeling en deze behandeling nadien heeft ondergaan, derhalve na de datum in geding. Onder verwijzing naar de reactie van de bezwaarverzekeringsarts N. Visser van 24 juli 2009 op deze stukken sluit de Raad zich aan bij de conclusie dat de in hoger beroep ingebrachte stukken geen nieuw licht werpen op de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts H.J.M. Boersema van 12 november 2007 die ten grondslag ligt aan het bestreden besluit.

4.2. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

4.3. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2009.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) M.A. van Amerongen.

KR