Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8135

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-09-2009
Datum publicatie
23-09-2009
Zaaknummer
08-2085 WIA
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering. Arbeidskundige grondslag onderschreven. Uit de belasting in de geselecteerde functies - de Raad verwijst naar het Resultaat Functiebeoordeling - blijken een aantal markeringen met een “G” voor te komen. De Raad is van oordeel dat deze signaleringen geen (schijnbare) overschrijdingen inhouden aangezien appellant op deze items, blijkens de FML, niet beperkt is geacht. Dat toch een signalering heeft plaatsgevonden, is omdat de belasting in de betreffende functie uitgaat boven de normaalwaarde. In zijn rapportage van 3 april 2007 heeft de bezwaararbeidsdeskundige naar het oordeel van de Raad overtuigend uiteengezet dat een (lichte) overschrijding op de normaalwaarde, waarvoor appellant overigens niet beperkt wordt geacht, is toegestaan. Voorts vermeldt de functie van wikkelaar bij de belasting in 4.17 een M-signalering. Gelet op het corresponderende item in de FML waarbij een beperking is vastgesteld, heeft de arbeidsdeskundige bij rapportage van 3 november 2006, naar het oordeel van de Raad afdoende gemotiveerd waarom deze functie ook op dit item voor appellant geschikt is te achten. Het is de Raad op geen enkele wijze gebleken dat de (bezwaar)arbeidskundige van minder vergaande beperkingen is uitgegaan dan door de verzekeringsarts is vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/2085 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 28 maart 2008, 07/2000 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 18 september 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. B.J. Visser, advocaat te Breda, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2009.Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.P.F. Oosterbos.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor een uitvoeriger overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

1.2. Bij besluit van 6 november 2006 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant per

13 december 2006 geen recht op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is ontstaan, omdat de mate van zijn arbeidsongeschiktheid minder is dan 35%. Het door appellant tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 5 april 2007, hierna: het bestreden besluit, ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep is aangevoerd dat appellant zich niet kan vinden in de arbeidskundige motivering van het bestreden besluit. Meer in het bijzonder wordt aangegeven dat appellant het niet eens is met de uitleg die de (bezwaar)arbeidskundige geeft aan de door de verzekeringsarts vastgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 13 oktober 2006. Appellant is van mening dat de bezwaararbeidskundige van minder verstrekkende beperkingen is uitgegaan dan is vastgesteld in de FML.

4.1. Volgens vaste rechtspraak van de Raad is het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) in beginsel aanvaardbaar als hulpmiddel om een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling te verrichten. De Raad stelt vervolgens vast dat appellant zich in de medische beperkingen zoals vastgelegd in de FML kan vinden.

4.2. Uitgaande van de beperkingen in de FML, is geautomatiseerd gezocht naar functies waarvan de belasting blijft binnen de belastbaarheid zoals neergelegd in de FML, zonder nuancering en zonder dat de arbeidsdeskundige een vertaalslag heeft gemaakt. Dit heeft geresulteerd in een selectie van een aantal functies waarvan de functies controleur metaalproducten (sbc-code 264150), wikkelaar, samensteller elektronische apparatuur (sbc-code 267050) en elektronica monteur (sbc-code 267040) aan de schatting ten grondslag zijn gelegd. Uit de belasting in deze functies - de Raad verwijst naar het Resultaat Functiebeoordeling - blijken een aantal markeringen met een “G” voor te komen. De Raad is van oordeel dat deze signaleringen geen (schijnbare) overschrijdingen inhouden aangezien appellant op deze items, blijkens de FML, niet beperkt is geacht. Dat toch een signalering heeft plaatsgevonden, is omdat de belasting in de betreffende functie uitgaat boven de normaalwaarde. In zijn rapportage van 3 april 2007 heeft de bezwaararbeidsdeskundige naar het oordeel van de Raad overtuigend uiteengezet dat een (lichte) overschrijding op de normaalwaarde, waarvoor appellant overigens niet beperkt wordt geacht, is toegestaan. Voorts vermeldt de functie van wikkelaar bij de belasting in 4.17 een M-signalering. Gelet op het corresponderende item in de FML waarbij een beperking is vastgesteld, heeft de arbeidsdeskundige bij rapportage van 3 november 2006, naar het oordeel van de Raad afdoende gemotiveerd waarom deze functie ook op dit item voor appellant geschikt is te achten. Het is de Raad op geen enkele wijze gebleken dat de (bezwaar)arbeidskundige van minder vergaande beperkingen is uitgegaan dan door de verzekeringsarts is vastgesteld.

4.3. Het vorenstaande betekent dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam, in tegenwoordigheid van M.D.F. Smit-de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2009.

(get.) R.C. Stam.

(get.) M.D.F. Smit-de Moor.

TM