Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8123

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-09-2009
Datum publicatie
23-09-2009
Zaaknummer
07/7057 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Terugvordering bijstand op grond dat met terugwerkende kracht een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet is ontvangen. Geen dringende redenen om af te zien van terugvordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/7057 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 21 november 2007, 06/1617 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen (hierna: College)

Datum uitspraak: 15 september 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. B. van Dijk, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 augustus 2009. Partijen zijn niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Bij besluit van 19 juli 2006 heeft het College onder meer aan appellante meegedeeld dat de over de periode van 1 juni 2005 tot en met 8 januari 2006 gemaakte kosten van bijstand van haar worden teruggevorderd op de grond dat zij over deze periode met terugwerkende kracht een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet heeft ontvangen.

1.2. Bij besluit van 2 november 2006 heeft het College het tegen het besluit van 19 juli 2006 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het namens appellante tegen het besluit van 2 november 2006 ingestelde beroep ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Gelet op de gedingstukken is uitsluitend in geschil of er bij appellante sprake is geweest van dringende redenen op grond waarvan het College van terugvordering had moeten afzien.

4.2. Volgens vaste rechtspraak van de Raad wordt bij dringende redenen om van gehele of gedeeltelijke terugvordering af te zien gedacht aan onaanvaardbare sociale en/of financiƫle consequenties die een terugvordering voor de betrokkene heeft. Het moet dan gaan om incidentele gevallen, waarin iets bijzonders en uitzonderlijks aan de hand is en waarin een individuele afweging van alle relevante omstandigheden heeft plaatsgehad.

4.3. Ter onderbouwing van de stelling dat bij appellante sprake was van dringende redenen is een verslag van een psychiatrisch onderzoek, uitgevoerd door

prof. dr. R.J. van den Bosch, overgelegd. De Raad stelt vast dat dit onderzoek heeft plaatsgevonden in het kader van een beroepsprocedure bij de rechtbank Groningen met betrekking tot de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante. Het onderzoek heeft zich, gelet op het verslag, daartoe ook beperkt. De Raad heeft in dit verslag geen aanknopingspunten gevonden voor de stelling dat de terugvordering van de ten onrechte betaalde bijstand op onaanvaardbare sociale en/of financiƫle consequenties voor appellante zou stuiten. In hetgeen appellante overigens naar voren heeft gebracht ziet de Raad evenmin dergelijke aanknopingspunten.

5. Het vorenstaande betekent dat het hoger beroep van appellante niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient daarom te worden bevestigd.

6. Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs, in tegenwoordigheid van R.L.G. Boot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 september 2009.

(get.) R.H.M. Roelofs.

(get.) R.L.G. Boot.

RB