Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8016

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-09-2009
Datum publicatie
22-09-2009
Zaaknummer
08-5637 WAO
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. De gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd leiden de Raad evenmin tot het oordeel dat de rechtbank ten onrechte geen aanleiding heeft gezien het besluit van 12 november 2007 te vernietigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/5637 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 30 juli 2008, 07/9527

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 18 september 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. G.L. Gijsberts, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2009. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Gijsberts. Het Uwv was vertegenwoordigd door

mr. R.A.C. Rijk.

II. OVERWEGINGEN

1. De rechtbank heeft op grond van de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen het beroep van appellante gericht tegen het besluit van 12 november 2007 – waarbij het Uwv, beslissend op bezwaar, heeft gehandhaafd zijn besluit de WAO-uitkering van appellante per 22 juli 2007 te herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% – ongegrond verklaard.

2. Appellante heeft in hoger beroep gronden aangevoerd die zij ook reeds in beroep heeft aangevoerd.

3.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank die gronden afdoende besproken en heeft zij genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank.

3.2. De overige gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd leiden de Raad evenmin tot het oordeel dat de rechtbank ten onrechte geen aanleiding heeft gezien het besluit van 12 november 2007 te vernietigen. De door appellante in de loop van de procedure bij de Raad overgelegde brief van de anesthesioloog, pijnbehandelaar R.L. van Leersum, gedateerd 8 oktober 2008 en het radiologiebericht van radioloog Cobben, gedateerd 10 juli 2009, zien niet op de bij appellante op de datum in geding bestaande situatie. Met deze bescheiden kan appellante dan ook niet aantonen dat zij per de datum in geding meer is beperkt dan door het Uwv is aangenomen.

3.3. Het hoger beroep van appellante treft mitsdien geen doel. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

3.4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van A.E. van Rooij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2009.

(get.) J. Brand.

(get.) A.E. van Rooij.

KR