Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8009

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-09-2009
Datum publicatie
22-09-2009
Zaaknummer
08-4193 WAO
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/4193 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 11 juni 2008, 07/1790 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 18 september 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. D.H. Sloof, advocaat te Almere, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2009.Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.H. Rebel.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 20 september 2007 heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, gehandhaafd zijn besluit de WAO-uitkering van appellante met ingang van 9 januari 2007 in te trekken.

1.2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante gericht tegen het besluit van 20 september 2007 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe, kort samengevat, overwogen dat in hetgeen appellante heeft aangevoerd geen grond is gelegen voor het oordeel dat het besluit van 20 september 2007 niet op een juiste medische en/of arbeidskundige grondslag berust.

2. Appellante heeft zich in hoger beroep, onder verwijzing naar de in bezwaar en beroep aangevoerde gronden, op het standpunt gesteld dat de (bezwaar)verzekeringsarts haar belastbaarheid onjuist heeft ingeschat. Zij is meer beperkt dan in de FML vastgelegd en als gevolg hiervan heeft het Uwv ten onrechte aangenomen dat er voor appellante functies zijn te duiden die zij zou kunnen vervullen.

3. De Raad overweegt als volgt.

3.1. Appellante heeft in hoger beroep geen feiten of omstandigheden aangevoerd die zij niet al in bezwaar en beroep heeft aangevoerd.

3.2. De Raad ziet met de rechtbank geen aanleiding tot twijfel aan de resultaten van de medische beoordeling door de verzekeringsartsen, zoals neergelegd in de FML en stelt zich achter de overwegingen van de rechtbank ter zake. De in hoger beroep herhaalde stelling van appellante dat haar beperkingen onjuist zijn vastgesteld leidt de Raad niet tot een ander oordeel nu appellante deze stelling op geen enkele wijze heeft onderbouwd.

3.3. Voorts is de Raad, met de rechtbank, van oordeel dat de bezwaararbeidsdeskundige afdoende heeft gemotiveerd dat de belasting in de voorgehouden functies de belastbaarheid van appellante, zoals neergelegd in de FML, niet te boven gaat en stelt zich ook op dit punt volledig achter de overwegingen van de rechtbank ter zake.

3.4. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

3.5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van A.E. van Rooij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2009.

(get.) J. Brand.

(get.) A.E. van Rooij.

KR