Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7984

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-09-2009
Datum publicatie
22-09-2009
Zaaknummer
09-1022 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering toe te kennen. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat de medische grondslag berust op een zorgvuldig onderzoek. Genoegzaam toegelicht waarom de aan de schatting ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht geschikt te achten zijn voor appellante. Geen aanleiding om aan te nemen dat appellante de Nederlandse taal onvoldoende beheerst voor het uitoefenen van de geduide functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/1022 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante)

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 22 januari 2009, 07/1644

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 18 september 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M. de Boorder, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2009. Appellante en haar gemachtigde zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. Namens het Uwv is verschenen A.W.G. Determan.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante was laatstelijk werkzaam als fulltime agrarisch medewerkster via een uitzendbureau en is voor die werkzaamheden op 10 mei 2004 uitgevallen wegens psychische klachten.

1.2. Bij besluit van 25 oktober 2006 heeft het Uwv geweigerd appellante met ingang van 28 augustus 2006 in aanmerking te brengen voor een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), op de grond dat de mate van haar arbeidsongeschiktheid per die datum minder dan 35% bedraagt.

2. Bij het besluit van 21 februari 2007 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 25 oktober 2006 ongegrond verklaard.

3. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank - kort samengevat - overwogen dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest en dat het besluit op een voldoende medische grondslag berust. Ten aanzien van de arbeidskundige grondslag heeft de rechtbank geen aanknopingspunten gezien om de aan de schatting ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht voor appellante ongeschikt te achten.

4. In hoger beroep heeft de gemachtigde van appellante de in eerdere fasen van de procedure voorgedragen gronden en argumenten in essentie herhaald. Appellante is van oordeel dat het Uwv haar beperkingen heeft onderschat. Dientengevolge acht appellante zich niet in staat om de geduide functies te verrichten. Daarbij kan appellante geen Nederlands lezen, hetgeen is vereist in de geduide functies. Ten slotte heeft het Uwv naar het oordeel van appellante de signaleringen in de geduide functies onvoldoende gemotiveerd.

5.1. De Raad overweegt als volgt.

5.2. De Raad heeft geen aanleiding gezien over de medische grondslag van het bestreden besluit een ander oordeel te geven dan de rechtbank. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat de medische grondslag berust op een zorgvuldig onderzoek. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat bezwaarverzekeringsarts F.L. van Duijn bij de hoorzitting aanwezig is geweest en appellante aansluitend heeft onderzocht tijdens een spreekuurcontact. Tevens heeft de bezwaarverzekeringsarts de op zijn verzoek ontvangen brief van 12 februari 2007 van I. Drent, sociaal psychiatrisch verpleegkundige bij PsyQ, bij zijn beoordeling betrokken. Uit deze brief en de overige in het dossier aanwezige medische informatie blijkt naar het oordeel van de Raad niet dat het Uwv de belastbaarheid van appellante heeft overschat. Voorts heeft appellante in hoger beroep geen nadere medische informatie overgelegd die een ander licht werpt op haar medische situatie op de datum in geding. Gelet op het voorgaande onderschrijft ook de Raad de medische grondslag van het bestreden besluit.

5.3.1. Tevens is de Raad met de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit op een voldoende arbeidskundige grondslag berust. Met het arbeidskundige rapport van 20 februari 2007 en de notities functiebelasting van 10 oktober 2006 heeft het Uwv genoegzaam toegelicht waarom de aan de schatting ten grondslag gelegde functies van

huishoudelijke medewerker (sbc-code 111333), productiemedewerker textiel (sbc-code 272043) en huishoudelijk medewerker gebouwen (sbc-code 111334) in medisch opzicht geschikt te achten zijn voor appellante.

5.3.2. Wat betreft de passendheid van de functies met betrekking tot de daarin aan de beheersing van de Nederlandse taal gestelde eisen, overweegt de Raad dat het niveau waarop en de mate waarin appellante Nederlands moet kunnen lezen voor het uitoefenen van de geduide functies zeer beperkt is. Tegen de achtergrond hiervan en mede gelet op de door het Uwv in beroep overgelegde handgeschreven brieven van appellante, ziet de Raad geen aanleiding om aan te nemen dat appellante de Nederlandse taal onvoldoende beheerst voor het uitoefenen van de geduide functies.

5.3.3. Ten slotte overweegt de Raad dat, voor zover de grief van appellante dat de belasting in de functies te klein wordt voorgesteld, zo moet worden opgevat dat de functiebeschrijving in het CBBS niet klopt, die grief reeds niet kan slagen omdat hij niet is onderbouwd.

5.4. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 september.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) M.A. van Amerongen.

KR