Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7982

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-09-2009
Datum publicatie
22-09-2009
Zaaknummer
08-2439 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering: minder dan 35% arbeidsongeschikt. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat de medische grondslag berust op een zorgvuldig onderzoek. De bva is bij de hoorzitting aanwezig geweest en heeft daarbij de rechterhand van appellante onderzocht. FML is op een aantal punten aangepast wat betreft het hand- en vingergebruik. Psychische klachten: De brieven van de psychiater zijn bij zijn beoordeling betrokken. In hoger beroep zijn geen nieuwe medische gegevens overgelegd die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van de vastgestelde beperkingen. Geschiktheid van de aan de schatting ten grondslag gelegde functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2013/595 met annotatie van mr. J.M. van der Vegt
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/2439 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante)

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 maart 2008, 07/1450

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 18 september 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.A.H. Blom, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2009. Appellante is bij gemachtigde verschenen. Namens het Uwv is verschenen R. Zaagsma.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante heeft zich op 27 april 2004 ziek gemeld vanuit een uitkeringssituatie op grond van de Werkloosheidswet wegens psychische klachten. Daarvoor was appellante laatstelijk werkzaam als productiemedewerkster bij TNT Post voor 20 uur per week.

1.2. Bij besluit van 30 oktober 2006 heeft het Uwv geweigerd appellante met ingang van 25 april 2006 in aanmerking te brengen voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), op de grond dat de mate van haar arbeidsongeschiktheid per die datum minder dan 35% bedraagt.

2. Bij het besluit van 8 mei 2007 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 30 oktober 2006 ongegrond verklaard.

3. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank - kort samengevat - overwogen dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest en dat het besluit op een voldoende medische grondslag berust. Ten aanzien van de arbeidskundige grondslag heeft de rechtbank geen aanknopingspunten gezien om de aan de schatting ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht voor appellante ongeschikt te achten.

4. In het in hoger beroep ingediende beroepschrift heeft de gemachtigde van appellante de in eerdere fasen van de procedure voorgedragen gronden en argumenten in essentie herhaald. Appellante is de opvatting toegedaan dat het Uwv haar beperkingen heeft onderschat. Dientengevolge acht appellante zich niet in staat om de geduide functies te verrichten.

5.1. De Raad overweegt als volgt.

5.2. De Raad heeft geen aanleiding gezien over de medische grondslag van het bestreden besluit een ander oordeel te geven dan de rechtbank. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat de medische grondslag berust op een zorgvuldig onderzoek. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat bezwaarverzekeringsarts H.B.M. Hesse bij de hoorzitting aanwezig is geweest en daarbij de rechterhand van appellante heeft onderzocht. Uit het rapport van 11 april 2007 blijkt dat de bezwaarverzekeringsarts daarbij onder andere heeft geconstateerd dat er sprake is van een licht verminderde knijpkracht, de functionaliteit van de vingers is verder goed. Vervolgens heeft de bezwaarverzekeringsarts op diezelfde datum de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) op een aantal punten aangepast wat betreft het hand- en vingergebruik. Wat betreft de psychische klachten van appellante heeft de bezwaarverzekeringsarts de brieven van 12 maart 2007 en 11 januari 2008 van J. den Bakker, psychiater, bij zijn beoordeling betrokken. Uit deze brieven blijkt naar het oordeel van de Raad niet dat het Uwv de belastbaarheid van appellante heeft overschat. De Raad heeft daarbij mede gelet op het rapport van 11 april 2007 van bezwaarverzekeringsarts Hesse, waarin deze met betrekking tot de brief van Den Bakker van 12 maart 2007 opmerkt dat deze ten aanzien van appellantes psychische toestand geen nieuwe informatie oplevert. Appellante heeft in hoger beroep geen nieuwe medische gegevens overgelegd die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van de vastgestelde beperkingen.

5.3. De Raad heeft, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, evenmin grond om te oordelen dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies van productiemedewerker textiel (sbc-code 272043), papierwarenmaker (sbc-code 268040) en lederbewerker (sbc-code 272070) in medisch opzicht niet geschikt zouden zijn voor appellante. Met de arbeidskundige rapportage van 2 mei 2007, welke mede is ondertekend door bezwaarverzekeringsarts Hesse, heeft het Uwv naar het oordeel van de Raad voldoende toegelicht dat de genoemde functies de belastbaarheid van appellante, ook wat betreft het hand- en vingergebruik, niet overschrijden.

5.4. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2009.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) M.A. van Amerongen.

KR