Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6384

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-06-2009
Datum publicatie
01-09-2009
Zaaknummer
08-6441 WAO
Formele relaties
Tussenuitspraak bestuurlijke lus: ECLI:NL:CRVB:2008:BF7052, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk verklaring verzoek om herziening. De Raad stelt vast dat het griffierecht op 13 februari 2009 contant per post is ontvangen, zodat het griffierecht niet binnen de daartoe gestelde termijn is betaald. Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/6441 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:54 in verbinding met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om herziening van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de Raad van 2 oktober 2008, 06/6254 WAO (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft een verzoek om herziening ingediend van de door de Raad op

2 oktober 2008 gewezen uitspraak.

II. OVERWEGINGEN

In artikel 22 van de Beroepswet is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven.

Bij brief van 10 november 2008 is appellant erop gewezen dat een griffierecht van € 107,-- is verschuldigd, en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken dient te zijn voldaan, bij voorkeur door middel van de aangehechte acceptgirokaart.

Bij aangetekende brief van 19 december 2008 is appellant nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat overschrijding van die termijn kan leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat het griffierecht op 13 februari 2009 contant per post is ontvangen, zodat het griffierecht niet binnen de daartoe gestelde termijn is betaald.

Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier, uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2009.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) R. Groothuis.

Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.

De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

IJ

III. DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),

statue:

Déclare la demande de revision non-recevable.

Par conséquent, décidée par M.M. van der Kade en présence de R. Groothuis en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 4 juin 2009.

Les intéressés et les organes d’administration auront le droit à présenter une opposition écrite contre la présente décision, dans les six semaines suivantes à la notification de la copie, à la Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel), Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.

L’intéressé présentant l’opposition pourra demander d’avoir l’opportunité d’être entendu sur son opposition.