Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2010

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-06-2009
Datum publicatie
09-07-2009
Zaaknummer
08-5471 Valys
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bezwaar tegen afwijzing aanvraag hoog persoonlijk kilometerbudget gegrond verklaard. Kosten in bezwaarfase. Opvragen medische gegevens. Primair besluit is herroepen wegens een aan Argonaut te wijten onrechtmatigheid. Argonaut wordt veroordeeld in de kosten van het gemaakte bezwaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/5471 Valys

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

UITSPRAAK

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante)

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 augustus 2008, 08/262 (hierna: aangevallen uitspraak)

in het geding tussen

appellante

en

Argonaut Advies BV (hierna: Argonaut)

Datum uitspraak: 24 juni 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. I.T. Martens, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Argonaut heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 juni 2009. Appellante is - met voorafgaand bericht - niet verschenen. Argonaut heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.P. Matze, advocaat te ’s-Gravenhage.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. Appellante, geboren [in] 1975, lijdt aan een vorm van epilepsie, waarbij ondanks behandeling, controle en medicatie sprake is van frequente epileptische insulten.

In verband hiermee heeft appellante op 18 juni 2007 bij Argonaut een hoog persoonlijk kilometerbudget (hierna: pkb) aangevraagd als bedoeld in het Protocol inzake de afhandeling van indicatie aanvragen hoog persoonlijk kilometerbudget Bovenregionaal Vervoer Gehandicapten (hierna: Protocol).

1.2. Naar aanleiding van de aanvraag van appellante heeft E.M.J. Schoonderwoerd, verzekeringsarts bij Argonaut, op 31 juli 2007 medisch advies uitgebracht. In dit advies is aangegeven dat appellante weliswaar epilepsiepatiënte is, maar onder begeleiding in staat moet worden geacht om gebruik te maken van de trein.

1.3. Bij besluit van 9 augustus 2007 heeft Argonaut de aanvraag van appellante op grond van het in 1.2 genoemd advies afgewezen.

1.4. Appellante is, bijgestaan door haar gemachtigde, op 10 oktober 2007 gehoord. Bij die gelegenheid heeft zij nadere informatie van haar huisarts V.J. Knippenberg van 30 september 2007 en van haar neuroloog J.J.M. Driessen van 4 oktober 2007 verstrekt.

1.5. Bij besluit van 6 november 2007 heeft Argonaut het bezwaar van appellante tegen het besluit van 9 augustus 2007 gegrond verklaard.

1.6. Bij brief van 27 november 2007 is namens appellante (nogmaals) verzocht om vergoeding van de proceskosten in bezwaar.

1.7. Bij besluit van 6 december 2007 heeft Argonaut dit verzoek van appellante afgewezen.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 6 december 2007 ongegrond verklaard. De rechtbank overweegt dat het primaire besluit van 9 augustus 2007 niet is herroepen wegens een aan Argonaut te wijten onrechtmatigheid. Argonaut mocht bij de primaire besluitvorming afgaan op de door appellante verstrekte medische inlichtingen. De rechtbank acht daarbij van belang dat de inhoud van die medische gegevens Argonaut geen aanleiding behoefde te geven om zich alsnog nader te informeren. Er is geen strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Van appellante mocht worden gevergd al in de primaire fase van de procedure de specifieke informatie van haar huisarts en specialist te overleggen.

3. Namens appellante is hoger beroep ingesteld. Kort samengevat is aangevoerd dat de inhoud van de namens appellante eerst tijdens de hoorzitting van 10 oktober 2007 overgelegde informatie van de huisarts van 30 september 2007 en van de neuroloog van 4 oktober 2007 niet de door Argonaut in het besluit van 6 november 2007 getrokken conclusie kan dragen. Het is niet mogelijk dat deze informatie aanleiding is geweest om het primaire standpunt, dat appellante in staat zou zijn met de trein te reizen, te wijzigen. De huisarts zegt enkel dat hij niet de expertise heeft om aan te geven of appellante al dan niet met de trein kan reizen en de neuroloog zegt dat appellante met het openbaar vervoer kan reizen onder begeleiding. Voorts had de verzekeringsarts van Argonaut tijdens de dossierstudie op 31 juli 2007 al uit de door appellante overgelegde informatie van haar huisarts van 9 juli 2007 kunnen opmaken dat appellante onder behandeling stond bij een neuroloog voor epilepsie en wel laatstelijk in juni 2007, toen appellante naar het ziekenhuis is gebracht na een val waarbij sprake was van een polsfractuur en er door de specialist een nieuwe medicatie is gegeven.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Ingevolge artikel 7:15, tweede lid, eerste volzin, van de Awb worden de kosten die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

4.2. Argonaut heeft naar voren doen brengen dat in het onderhavige geval geen sprake is van een herroeping van het primaire besluit wegens een aan Argonaut te wijten onrechtmatigheid, aangezien het primaire besluit is herroepen op grond van de eerst in de bezwaarfase ingebrachte verklaringen van de huisarts en de neuroloog van appellante.

4.3. Van belang is dat artikel 4:2, tweede lid, van de Awb bepaalt dat de aanvrager de gegevens en bescheiden verschaft die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Anderzijds rust op grond van artikel 3:2 van de Awb op het bestuursorgaan de verplichting om bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.

4.4. Uit het Protocol vloeit, voor zover hier van belang, voort dat Argonaut in het kader van de aanvraag van appellante van 18 juni 2007 dient te beoordelen of appellante door persoonsgebonden medische beperkingen van chronische aard vanuit strikt medische optiek niet in staat is met de trein te reizen.

4.5. De Raad stelt vast dat appellante op haar aanvraagformulier hoog pkb van 18 juni 2007 op de vraag of er problemen zijn ten aanzien van het reizen per trein heeft aangegeven dat zij epilepsiepatiënte is. Op dit formulier staat vermeld dat, indien vorengenoemde vraag met ja beantwoord wordt, het antwoord toegelicht dient te worden met behulp van het medisch vragenformulier. Op het medisch vragenformulier van 18 juni 2007 heeft appellante de vraag of zij epilepsie heeft met ja beantwoord. Op dit formulier staat vermeld dat indien deze vraag met ja beantwoord wordt, de aanvrager medische informatie dient mee te sturen. De Raad constateert dat appellante bij haar aanvraag van 18 juni 2007 geen medische informatie heeft meegezonden.

4.6. Bij brief van 6 juli 2007 heeft Argonaut aan appellante meegedeeld dat zij haar aanvraag van 18 juni 2007 nog niet in behandeling kan nemen omdat deze niet compleet is. Er ontbreken medische gegevens van huisarts, specialist of andere instelling. Appellante is verzocht de vereiste gegevens alsnog aan Argonaut toe te sturen.

4.7. Naar aanleiding van het verzoek van Argonaut van 6 juli 2007 heeft appellante het medisch dossier van haar huisarts van 9 juli 2007 aan Argonaut toegestuurd. De Raad is van oordeel dat appellante hiermee heeft voldaan aan haar plicht om de benodigde gegevens en bescheiden te verschaffen die voor de beslissing op haar aanvraag nodig zijn. Het behoefde appellante redelijkerwijs niet duidelijk te zijn, dat zij niet kon volstaan met het medisch dossier van haar huisarts van 9 juli 2007.

4.8. Indien Argonaut van mening is dat het medisch dossier van 9 juli 2007 nog onduidelijkheid openlaat met betrekking tot de ernst van de beperkingen van appellante, had Argonaut hetzij appellante moeten oproepen en nadere informatie moeten vragen, hetzij met een machtiging van appellante nadere informatie bij de behandelend specialist van appellante moeten opvragen. Het standpunt van Argonaut dat het voor haar heel lastig is om informatie te verkrijgen over de medische dossiers van aanvragers deelt de Raad niet. In artikel 4.12.3 van de Richtlijnen inzake het omgaan met medische gegevens van de KNMG van 2003, waar Argonaut zich ter ondersteuning van haar standpunt op beroept, is aangegeven dat met gerichte vragen nadere informatie kan worden opgevraagd bij de behandelend arts. Argonaut had zonder meer - met machtiging van appellante - gerichte informatie over de ernst en de frequentie van de aanvallen kunnen vragen bij haar behandelend specialist.

4.9. Het standpunt van Argonaut dat het medisch dossier van 9 juli 2007 geen aanleiding gaf nadere informatie bij appellante of haar behandelend specialist op te vragen, deelt de Raad evenmin. Uit dat medisch dossier blijkt immers dat appellante lijdt aan epilepsie (alle vormen) en daarvoor - blijkens de door hem op in juni 2007 voorgeschreven medicatie - onder behandeling stond van een specialist. Het onder behandeling staan bij een specialist kan volgens Argonaut, zoals blijkt uit het verweerschrift van 4 mei 2009, een indicatie zijn dat er sprake is van een ernstige vorm van epilepsie. Tevens blijkt uit het medisch dossier van 9 juli 2007 dat appellante op 19 juni 2007 naar het ziekenhuis is geweest na een val ten gevolge van een insult, waarbij zij haar pols heeft gebroken.

4.10. Gelet hierop concludeert de Raad dat het primair besluit is herroepen wegens een aan Argonaut te wijten onrechtmatigheid als bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, van de Awb. Het ingestelde beroep treft doel.

4.11. Nu de rechtbank dit niet heeft onderkend, dient de aangevallen uitspraak te worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep tegen het besluit van 6 december 2007 gegrond verklaren, dat besluit vernietigen en Argonaut veroordelen in de kosten van het gemaakte bezwaar. Deze worden begroot op € 644,-- voor verleende rechtsbijstand.

5. De Raad ziet tevens aanleiding om het College te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 644,-- in beroep en op € 322,-- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep gegrond;

Vernietigt het bestreden besluit van 6 december 2007;

Veroordeelt Argonaut in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1610,--, te betalen door Argonaut;

Bepaalt dat Argonaut aan appellante het door haar betaalde griffierecht van € 107,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert. De beslissing is, in tegenwoordigheid van B.E. Giesen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2009.

(get.) G.M.T. Berkel-Kikkert.

(get.) B.E. Giesen.

NW