Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1829

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-06-2009
Datum publicatie
08-07-2009
Zaaknummer
07-7114 WSF
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk verklaring van het hoger beroep. Het besluit van 18 december 2006 - en daarmee het besluit van 22 september 2006 - is achterhaald door het schrijven van de IB-Groep van 12 maart 2008, bezien in samenhang met de daarop gevolgde besluiten van 21 maart 2008, waarbij de IB-Groep alsnog aan appellant vanaf 1 september 2006 studiefinanciering heeft toegekend. Als gevolg hiervan bestaat er tussen partijen geen geschil meer over de kwestie die appellant in hoger beroep aan de Raad ter beoordeling heeft voorgelegd. Dit betekent dat appellant geen procesbelang meer heeft bij een beslissing van de Raad. Het besluit van de IB-Groep van 7 november 2008, in bezwaar gehandhaafd bij besluit van 16 december 2008 (waartegen geen beroep is ingesteld, zodat dat besluit op bezwaar in rechte onaantastbaar is geworden), waarbij aan appellant is meegedeeld dat hij vanaf 1 januari 2009 niet langer recht heeft op studiefinanciering, vormt geen onderwerp van geschil in de onderhavige procedure, zodat daaraan - anders dan namens appellant bepleit - geen procesbelang kan worden ontleend.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 8:1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/7114 WSF

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 9 november 2007, 07/83 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep).

Datum uitspraak: 19 juni 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De IB-Groep heeft bij brief van 12 maart 2008 haar standpunt gewijzigd en dit nader uitgewerkt in besluiten van 21 maart 2008.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 april 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door drs. J. Lalleman. De IB-Groep was vertegenwoordigd door mr. P.E. Merema.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 18 december 2006 heeft de IB-Groep, beslissend op bezwaar, gehandhaafd haar besluit van 22 september 2006 waarbij is geweigerd aan appellant met ingang van 1 september 2006 studiefinanciering toe te kennen.

2. De rechtbank heeft het tegen het besluit van 18 december 2006 ingestelde beroep bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat en gemotiveerd waarom hij naar zijn mening wèl in aanmerking komt voor toekenning van studiefinanciering vanaf 1 januari 2006.

4. De Raad overweegt het volgende.

4.1. Het besluit van 18 december 2006 - en daarmee het besluit van 22 september 2006 - is achterhaald door het schrijven van de IB-Groep van 12 maart 2008, bezien in samenhang met de daarop gevolgde besluiten van 21 maart 2008, waarbij de IB-Groep alsnog aan appellant vanaf 1 september 2006 studiefinanciering heeft toegekend.

4.2. Als gevolg hiervan bestaat er tussen partijen geen geschil meer over de kwestie die appellant in hoger beroep aan de Raad ter beoordeling heeft voorgelegd. Dit betekent dat appellant geen procesbelang meer heeft bij een beslissing van de Raad.

4.3. Het besluit van de IB-Groep van 7 november 2008, in bezwaar gehandhaafd bij besluit van 16 december 2008 (waartegen geen beroep is ingesteld, zodat dat besluit op bezwaar in rechte onaantastbaar is geworden), waarbij aan appellant is meegedeeld dat hij vanaf 1 januari 2009 niet langer recht heeft op studiefinanciering, vormt geen onderwerp van geschil in de onderhavige procedure, zodat daaraan - anders dan namens appellant bepleit - geen procesbelang kan worden ontleend.

4.4. Het voorgaande betekent dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

5. Er zijn geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

Bepaalt dat de Informatie Beheer Groep aan appellant het door hem in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 144,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en J. Brand als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2009.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) A.L. de Gier.

JL