Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BI9792

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-06-2009
Datum publicatie
25-06-2009
Zaaknummer
08-2911 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering toe te kennen. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat er geen redenen zijn te twijfelen aan de juistheid van de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid van appellant per 30 juli 2006, zoals weergegeven in de FML. Geen reden voor het aannemen van een urenbeperking. Geschiktheid geselecteerde functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/2911 WIA

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank `s-Hertogenbosch van 2 april 2008, 07/2166 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 24 juni 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. Y. van der Linden, advocaat te Eindhoven, hoger beroep aangetekend.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 mei 2009.

Appellant is verschenen bij gemachtigde mr. N.D. Geraads, kantoorgenoot van mr. Van der Linden. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door V.A.R. Kali.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellant heeft op 1 augustus 2004 zijn werk als monteur systeemwanden in verband met knieklachten moeten staken. Bij besluit van 6 juli 2006 is geweigerd hem per einde wachttijd, 30 juli 2006 in aanmerking te brengen voor een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Appellant is in staat geacht algemeen geaccepteerde arbeid te verrichten op grond waarvan sprake is van een loonverlies van minder dan 35%.

2. Bij besluit van 30 mei 2007 is het bezwaar tegen het besluit van 6 juli 2006 ongegrond verklaard.

3. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep ongegrond verklaard.

3.1. De rechtbank ziet geen aanleiding de door de bezwaarverzekeringsarts aangescherpte beperkingen, zoals neergelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 20 april 2007 voor onjuist te houden. De rechtbank overweegt dat de bezwaarverzekeringsarts de knieklachten van appellant heeft erkend en onderkend en de informatie van de behandelende sector bij de beoordeling heeft meegenomen. Voorts heeft bezwaarverzekeringsarts L.T.M. Lenders kennis genomen van het rapport van de door appellant ingeschakelde verzekeringsarts E.H. Groenewegen van 31 december 2006. De rechtbank is van oordeel dat doorslaggevende betekenis gehecht moet worden aan het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 28 augustus 2007, waarin deze gemotiveerd heeft dat de beperkingen op juiste wijze zijn vastgesteld. Voorts overweegt de rechtbank dat de omstandigheid dat in het kader van een beoordeling op grond van de Ziektewet (ZW) andere beperkingen zijn vastgesteld niet betekent, dat deze wijziging zondermeer door de verzekeringsarts in het kader van de WIA-beoordeling meegenomen zou moeten worden, nu het ook om een andere datum in geding gaat. Een geclaimde urenbeperking acht de rechtbank niet medisch onderbouwd. Evenmin wordt aanleiding gezien een deskundige in te schakelen.

3.2. Ten aanzien van de arbeidskundige grondslag heeft de rechtbank geoordeeld, dat appellant in staat moet worden geacht de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies te verrichten. Het Uwv is naar het oordeel van de rechtbank voor de berekening van het maatmanloon terecht uitgegaan van de gegevens zoals vermeld op het formulier “maatmanloongegevens aanvraag WIA”. De rechtbank acht de uitspraak van de Raad van 27 april 2004, LJN AP0420, niet van toepassing, aangezien het in die uitspraak ging om inkomsten per verrichting, terwijl appellant een vast loon per week ontving.

4. In hoger beroep zijn de in beroep aangevoerde gronden tegen de medische beoordeling herhaald. Voorts is namens appellant naar voren gebracht, dat de rechtbank ten onrechte is voorbijgegaan aan het door het Uwv ter zitting laten vervallen van de functie van sorteerder, controleur met sbc-code 111340, vanwege het daarin voorkomende structurele nachtwerk.

5. De Raad overweegt als volgt.

5.1. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat er geen redenen zijn te twijfelen aan de juistheid van de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid van appellant per 30 juli 2006, zoals weergegeven in de FML van 20 april 2007. De bezwaarverzekeringsarts heeft de in bezwaar ingebrachte informatie bij zijn beoordeling meegewogen en daarin aanleiding gezien de door de primaire verzekeringsarts vastgestelde belastbaarheid aan te scherpen. De Raad heeft geen aanwijzingen dat er reden zou bestaan tot verdere aanscherping van de belastbaarheid van appellant. Dat de behandelende artsen een minder gunstige prognose hebben gesteld moge zo zijn, maar betekent niet dat daarmee de belastbaarheid per datum in geding niet juist zou zijn vastgesteld. Voorts ziet de Raad in hetgeen in hoger beroep is aangevoerd geen reden voor het aannemen van een urenbeperking.

5.2. Wat betreft de arbeidskundige kant van de zaak onderschrijft de Raad het oordeel van de rechtbank inzake de vaststelling van het maatmanloon per datum in geding op € 13,49. Verder stelt de Raad ten aanzien van de geselecteerde functies vast, dat bezwaararbeidsdeskundige W.W.M. Strijbos op 7 juli 2008 de oorspronkelijk geselecteerde functies nogmaals op hun geschiktheid heeft bezien en tot de conclusie is gekomen dat drie van de vijf oorspronkelijk geselecteerde functies geschikt zijn. De Raad acht deze toelichting voldoende overtuigend en is mede op grond hiervan van oordeel dat appellant in staat moet worden geacht de drie resterende functies te verrichten. Het gaat om de functie van receptionist, baliemedewerker met sbc-code 315150, de functie van soldering technician met sbc-code 111180 en de functie van productiemedewerker textiel, geen kleding met sbc-code 272043. Aangezien de mate van arbeidsongeschiktheid na de arbeidskundige correcties nog steeds minder dan 35% bedraagt komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.

6. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en M.S.E. Wulffraat-van Dijk en C.P.J. Goorden als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier, uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2009.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) T.J. van der Torn.

KR