Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BI6875

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-05-2009
Datum publicatie
08-06-2009
Zaaknummer
07-6302 AWBZ
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag langdurig verblijf. De functie verblijf kan slechts worden geïndiceerd, indien persoonlijke verzorging, verpleging, ondersteunende en activerende begeleiding en behandeling, noodzakelijkerwijs gepaard gaat met een therapeutisch leefklimaat, een beschermde woonomgeving dan wel permanent toezicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/6302 AWBZ

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], (hierna: appellante)

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 19 oktober 2007, 06/5763 (hierna: aangevallen uitspraak)

in het geding tussen

appellante

en

de Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg, gevestigd te Driebergen-Rijsenburg, (hierna: CIZ)

Datum uitspraak: 20 mei 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.L.A.M. van Os, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld.

CIZ heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 april 2009, waar appellante - met kennisgeving - niet is verschenen. CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Benedictus, S.M. van Gerven en O. Bolier, allen werkzaam bij CIZ.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een overzicht van feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

2. Appellante heeft op 18 mei 2005 een aanvraag ingediend voor een indicatie voor de functie verblijf langdurig op grond van het bepaalde bij en krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (hierna: AWBZ).

3. CIZ heeft deze aanvraag bij besluit van 12 mei 2006 afgewezen. Het daartegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 10 oktober 2006 ongegrond verklaard. CIZ stelt zich op het standpunt dat er geen noodzaak is voor een therapeutisch leefklimaat, een beschermde leefomgeving of voortdurend toezicht. Appellante kan - indien zij dat wenst - gebruik maken van voorliggende voorzieningen.

4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 10 oktober 2006 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft onder meer overwogen dat zorg als bedoeld in artikel 4 tot en met 8 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ (hierna: Besluit) niet is geïndiceerd en dat de indicatie verblijf langdurig reeds daarom niet kan worden gesteld. Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat CIZ op basis van het advies van de arts (van CIZ) van 6 september 2006 (lees: 11 september 2006) terecht heeft geconcludeerd dat appellante niet noodzakelijkerwijs is aangewezen op zorg die wordt verleend in een therapeutisch leefklimaat, een beschermde woonomgeving of voortdurend toezicht als bedoeld in artikel 9 van het Besluit. Daarbij is aangegeven dat de door de huisarts op 7 juni 2007 gegeven toelichting een goed beeld geeft van de situatie waarin appellante verkeert en van haar lichamelijke en psychische klachten en dat die toelichting geen aanleiding geeft voor het oordeel dat de arts van CIZ op basis van onjuiste of onvolledige gegevens tot zijn advies is gekomen.

5. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Aangevoerd is dat haar fysieke en psychische gesteldheid van dien aard is, dat zij voldoet aan de eisen die gesteld worden voor de indicatie verblijf langdurig.

6. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

6.1. De Raad is evenals de rechtbank in de aangevallen uitspraak tot het oordeel gekomen dat CIZ bij het besluit van 10 oktober 2006 terecht de afwijzing van de aanvraag heeft gehandhaafd.

6.2. Gelet op de van belang zijnde regelgeving, met name artikel 9 van het Besluit, kan de functie verblijf slechts worden geïndiceerd, indien de zorg als bedoeld in artikel 4, 5, 6, 7 of 8 van het Besluit (persoonlijke verzorging, verpleging, ondersteunende en activerende begeleiding en behandeling) noodzakelijkerwijs gepaard gaat met een therapeutisch leefklimaat, een beschermde woonomgeving dan wel permanent toezicht.

6.3. Aan de onder 6.2 vermelde voorwaarde is niet voldaan. De Raad verenigt zich voor deze beoordeling met hetgeen de rechtbank hierover heeft overwogen en maakt die overwegingen tot de zijne.

7. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

8. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male als voorzitter en G.M.T. Berkel-Kikkert en J.L.P.G. van Thiel als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J. Waasdorp als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2009.

(get.) R.M. van Male.

(get.) J. Waasdorp.

RB