Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BI4912

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-05-2009
Datum publicatie
27-05-2009
Zaaknummer
08-238 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De Raad acht de handelwijze van de rechtbank strijdig met beginselen van een goede procesorde en het beginsel van hoor en wederhoor, uit welke beginselen voortvloeit dat partijen kennis moeten kunnen nemen van de inhoud van processtukken die de rechter bij zijn oordeelsvorming wenst te betrekken.

Wetsverwijzingen
Beroepswet 26
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ABkort 2009/235
USZ 2009/210
JB 2009/184
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

CENTRALE RAAD VAN BEROEP

P R O C E S - V E R B A A L

van de mondelinge uitspraak op 13 mei 2009 van de

meervoudige kamer

Zitting hebben: G.A.J. van den Hurk als voorzitter en J.M.A. Kolk-Severijns en W.F. Claessens, als leden,

griffier: W. Altenaar.

1e zaak, reg.nr.: 08/238 WWB

Inzake: [appellant] (hierna: appellant), in persoon verschenen,

tegen

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, (hierna: College), verschenen bij gemachtigde mr. M.M. Tjen A Kwoei.

De Raad stelt vast dat vanwege de rechtbank telefonisch vragen aan de gemachtigde van het College zijn gesteld, waarover appellant niet is geïnformeerd. In antwoord op die vragen heeft het College de rechtbank per fax een brief van 22 november 2007 en andere stukken doen toekomen. Uit het procesdossier blijkt niet dat deze stukken na ontvangst door de rechtbank aan appellant zijn toegezonden of tijdens de mondelinge behandeling op de zitting van 28 november 2007 ter kennis van appellant zijn gebracht. Uit de thans aangevallen uitspraak leidt de Raad af dat de rechtbank bij het vormen van haar oordeel (een deel van) deze stukken heeft laten meewegen.

De Raad acht deze handelwijze van de rechtbank strijdig met beginselen van een goede procesorde en het beginsel van hoor en wederhoor, uit welke beginselen voortvloeit dat partijen kennis moeten kunnen nemen van de inhoud van processtukken die de rechter bij zijn oordeelsvorming wenst te betrekken. Derhalve is sprake van een inbreuk op de uit artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden voortvloeiende elementaire eisen van een eerlijk proces.

Reeds op grond van het vorenstaande komt de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking. De Raad acht voorts termen aanwezig om het geding met toepassing van artikel 26, eerste lid, aanhef en onder b, van de Beroepswet terug te wijzen naar de rechtbank, zoals door appellant is verzocht.

Van te vergoeden proceskosten in hoger beroep is niet gebleken.

De Raad beslist daarom als volgt.

Vernietigt de aangevallen uitspraak van 29 november 2007, 06/4287;

Wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam;

Bepaalt dat de gemeente Amsterdam aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 106,-- aan appellant vergoedt.

Waarvan proces-verbaal.

Utrecht, 13 mei 2009

De griffier. De voorzitter.

W. Altenaar. G.A.J. van den Hurk.

Voor eensluidend afschrift de griffier van de Centrale Raad van Beroep.