Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BI4410

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-05-2009
Datum publicatie
19-05-2009
Zaaknummer
07-7123 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WAO-uitkering toe te kennen. Medisch onderzoek door de (bezwaar)verzekerings-artsen voldoende zorgvuldig. Beperkingen juist vastgesteld. Voorgehouden functies geschikt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/7123 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 15 november 2007, 05/1767 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 15 mei 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. L.M.J.S. Helder, advocaat te Eindhoven, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 april 2009, waar appellante met bericht van afwezigheid niet is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door V.A.R. Kali.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellante, die werkzaam was als schoonmaakster, is op 12 december 2000 met longklachten en andere fysieke klachten uitgevallen.

2.1. Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Uwv van 24 mei 2005, waarbij het Uwv geweigerd heeft appellante met ingang van 11 december 2001 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toe te kennen, omdat haar mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.

2.2. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep is namens appellante -kort samengevat- aangevoerd dat bij de beoordeling van haar gezondheidstoestand onvoldoende rekening is gehouden met haar beperkingen en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst een innerlijke tegenstrijdigheid bevat.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De Raad is van oordeel dat het medisch onderzoek door de (bezwaar)verzekerings-artsen voldoende zorgvuldig is geweest en ziet geen reden om de bevindingen van die artsen met betrekking tot de klachten van appellante en de daaruit voortvloeiende beperkingen voor onjuist te houden. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat de bezwaarverzekeringsarts P. Bavelaar in zijn rapport van 3 december 2004 de informatie van de behandelende sector genoegzaam heeft meegewogen en de bezwaararbeids-deskundige heeft gevraagd om functies te selecteren zonder intensief gebruik van de nek. Vervolgens heeft deze bezwaarverzekeringsarts in zijn rapport van 15 juni 2006 bij bespreking van de onderzoeksbevindingen van de behandelend neuroloog

F.H.M. Kornips terecht aangegeven dat in december 2004 reeds voldoende rekening is gehouden met de nekklachten en dat dit geen gevolgen heeft voor de geselecteerde functies. Voor wat betreft de handklachten onderschrijft de Raad de overwegingen van de bezwaarverzekeringsarts in het eerstgenoemde rapport.

4.2. De Raad heeft, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, evenmin grond om te oordelen dat de aan appellante voorgehouden functies voor haar in medisch opzicht niet geschikt zouden zijn. Naar het oordeel van de Raad hebben de voormelde bezwaarverzekeringsarts in zijn rapport van 2 december 2004 en de bezwaararbeidsdeskundige C.H.J. de Vries-van Hulten in haar rapport van 21 april 2008 de mogelijke overschrijdingen in de belastbaarheid genoegzaam toegelicht.

4.3. Het vorenstaande betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam als voorzitter en M. Greebe en B. Barentsen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2009.

(get.) R.C. Stam.

(get.) J.M. Tason Avila.

MH