Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BI3647

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-04-2009
Datum publicatie
13-05-2009
Zaaknummer
07/2805 AKW-E
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ongegrond verklaring van het beroep op grond van het te laat indienen van het bezwaarschrift. Geen bijzondere omtandigheden op grond waarvan het te laat indienen van het bezwaarschrift verschoonbaar dient te worden geacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/2805 AKW-E

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 januari 2007, 05/4918 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 16 april 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld bij de rechtbank Amsterdam.

De rechtbank heeft het hoger beroepschrift met toepassing van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht aan de Raad doorgezonden.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Bij besluit van 27 mei 2005 is aan appellante medegedeeld dat met ingang van het derde kwartaal van 2005 geen recht meer bestaat op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet voor haar zoon [Z.], omdat hij op de eerste dag van dat kwartaal 18 jaar is geworden.

Bij besluit van 22 september 2005 (hierna: bestreden besluit) heeft de Svb het tegen het besluit van 27 mei 2005 gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

Zij heeft daartoe overwogen dat appellante geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan het te laat indienen van het bezwaarschrift verschoonbaar dient te worden geacht.

Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

De Raad overweegt als volgt.

Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een bezwaarschrift tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Nu het primaire besluit is verzonden op 27 mei 2005, was de uiterste datum van indienen van het bezwaarschrift 8 juli 2005. Het bezwaarschrift is door de Svb ontvangen op 22 juli 2005. De Raad stelt vast dat hiermee de bezwaartermijn is overschreden.

Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of er aanleiding bestaat om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar op grond van termijnoverschrijding achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het bezwaarschrift in verzuim is geweest. De Raad ziet in het onderhavige geval geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 6:11 van de Awb.

De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

Voor een veroordeling tot vergoeding van proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 april 2009.

(get.) T.L. de Vries.

(get.) W. Altenaar.

III. DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale);

statue:

confirme la décision attaquée.

Par conséquent, décidée par T.L. de Vries en présence de W. Altenaar en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 16 avril 2009.