Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BI3570

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29-04-2009
Datum publicatie
12-05-2009
Zaaknummer
07-5500 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag .Appellant heeft in hoger beroep geen objectieve medische gegevens ingebracht die zijn stelling ondersteunen dat aanleiding bestond voor het aannemen van verdergaande beperkingen, waaronder een urenbeperking. Uitgaande van de juistheid van de door het Uwv aangenomen beperkingen bij appellant ten aanzien van het verrichten van arbeid blijven de aan appellant voorgehouden functies naar het oordeel van de Raad binnen de voor appellant vastgestelde belastbaarheid, inclusief de noodzakelijk geachte beperking voor het werken met gevaarlijke machines.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/5500 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 15 augustus 2007, 06/1260 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 29 april 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. C.C.M. Peper, advocaat te Almelo, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 19 juni 2008 heeft mr. Peper de Raad meegedeeld dat zij zich terugtrekt als gemachtigde van appellant.

Bij brief van 5 augustus 2008 heeft mr. M. Smit, advocaat te Almelo, zich als opvolgend gemachtigde gesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 maart 2009. Voor appellant is verschenen mr. Smit. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.J. Gerritsen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor een uitvoeriger overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

1.2. Bij besluit van 11 mei 2006 heeft het Uwv appellants uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 12 juli 2006 ingetrokken, onder de overweging dat de mate van appellants arbeidsongeschiktheid met ingang van laatstgenoemde datum minder dan 15% was. Het Uwv heeft het tegen dit besluit door appellant gemaakte bezwaar bij besluit van 15 september 2006 gegrond verklaard en de WAO-uitkering met ingang van 16 november 2006 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het besluit van 15 september 2006, hierna: het bestreden besluit, ongegrond verklaard. De rechtbank heeft blijkens haar overwegingen de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven.

3. In hoger beroep heeft appellant aangegeven zich niet te kunnen vinden in het oordeel van de rechtbank. Hij is het niet eens met de medische beoordeling en meent voorts dat hij de geduide functies niet kan uitvoeren.

4. Het oordeel van de Raad.

4.1. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het bestreden besluit berust op een deugdelijke medische grondslag. De Raad schaart zich achter de overwegingen in de aangevallen uitspraak die de rechtbank ter onderbouwing van dat oordeel heeft gegeven. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd vormt in essentie een herhaling van hetgeen reeds in beroep is aangevoerd met betrekking tot de medische onderbouwing van het bestreden besluit. Wezenlijk nieuwe gezichtspunten zijn niet naar voren gebracht. Appellant heeft in hoger beroep geen objectieve medische gegevens ingebracht die zijn stelling ondersteunen dat aanleiding bestond voor het aannemen van verdergaande beperkingen, waaronder een urenbeperking. Aan appellants eigen, niet met medische gegevens onderbouwde, mening met betrekking tot zijn gezondheidstoestand kan de Raad niet dat gewicht toekennen dat appellant daaraan gehecht wil zien. Eventuele verslechteringen in de gezondheidstoestand van appellant na de in geding zijnde datum van 16 november 2006 dienen bij de beoordeling van het onderhavige geding buiten beschouwing te blijven.

4.2. Aldus uitgaande van de juistheid van de door het Uwv aangenomen beperkingen bij appellant ten aanzien van het verrichten van arbeid blijven de aan appellant voorgehouden functies naar het oordeel van de Raad binnen de voor appellant vastgestelde belastbaarheid, inclusief de noodzakelijk geachte beperking voor het werken met gevaarlijke machines.

4.3. Uit het vorenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt als voorzitter en H. Bedee en P.J. Jansen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 29 april 2009.

(get.) H. Bolt.

(get.) M.A. van Amerongen.

MH