Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BI2983

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-05-2009
Datum publicatie
06-05-2009
Zaaknummer
08-1236 WSF
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen kwijtschelding van totale resterende studieschuld.

Wetsverwijzingen
Wet studiefinanciering 2000
Wet studiefinanciering 2000 11.5
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/1236 WSF

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 9 januari 2008, 05/1240 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep).

Datum uitspraak: 1 mei 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De IB-Groep heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 maart 2009. Appellant is in persoon verschenen. De IB-Groep was vertegenwoordigd door mr. M. van der Toorn.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 22 april 2005 (hierna: bestreden besluit) heeft de IB-Groep - beslissend op bezwaar - geweigerd om de totale resterende studieschuld van appellant kwijt te schelden.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich niet met de aangevallen uitspraak kunnen verenigen. Vanwege de hoogte van het inkomen van appellant heeft de IB-Groep diens draagkracht vanaf het begin van de aflosfase jaarlijks vastgesteld op nihil, zodat appellant niets op zijn studieschuld heeft behoeven af te lossen en bij een tot het einde van de aflosfase gelijkblijvende situatie daarop niets zal behoeven af te lossen. Verder realiseert appellant zich dat de studieschuld die bij het einde van de aflosfase resteert op dat ogenblik teniet zal gaan. Dit neemt volgens appellant echter niet weg dat zijn situatie ten gevolge van zijn gezondheidsproblemen dermate zorgwekkend en uitzichtloos is dat de IB-Groep bij het bestreden besluit niet in redelijkheid heeft kunnen weigeren om de totale resterende studieschuld van hem voor het einde van de aflosfase kwijt te schelden.

4.1. De Raad overweegt het volgende.

4.2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat het bestreden besluit de aan te leggen terughoudende rechterlijke toetsing doorstaat. De Raad onderschrijft dit oordeel en de overwegingen waarop het berust en maakt deze tot de zijne. De WSF 2000 voorziet in een tweetal situaties in het tenietgaan van nog resterende studieschuld: bij het einde van de aflosfase en bij overlijden. Met toepassing van de hardheidsclausule (artikel 11.5 van de WSF 2000) heeft de IB-Groep de genoemde, bij de wet voorziene gevallen uitgebreid met een drietal situaties:

-indien de debiteur een terminale ziekte heeft ten waarvan hij naar verwachting binnen een jaar komt te overlijden,

-indien de debiteur gedurende langere tijd in coma ligt, en

-indien de debiteur een psychiatrische patiënt is die is opgenomen in een inrichting en de situatie uitzichtloos is.

Volgens vaste rechtspraak van de Raad kan dit begunstigende beleid tegen de achtergrond van hetgeen wettelijk is geregeld niet als onredelijk worden aangemerkt. Tussen partijen is niet in geschil dat de situatie van appellant niet valt binnen de grenzen van dit beleid. Verder acht de Raad de situatie van appellant niet zodanig dat de IB-Groep op grond daarvan ten gunste van hem een uitzondering op haar beleid had behoren te maken.

4.3. Uit het voorgaande vloeit voort dat het hoger beroep faalt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier, uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2009.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) A.C.A. Wit.

TM