Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BI1918

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-04-2009
Datum publicatie
23-04-2009
Zaaknummer
08-3723 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om terug te komen op het eerder genomen besluit wat betreft de vaststelling van het dagloon. Geen sprake van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Het Uwv was bevoegd om met overeenkomstige toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb het verzoek af te wijzen en voor de motivering van die beslissing te volstaan onder verwijzing naar het besluit van de datum in geding. Niet kan worden gezegd dat het Uwv niet in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken dan wel daarbij anderszins heeft gehandeld in strijd met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of met een ander algemeen rechtsbeginsel. Het gelijkheidsbeginsel is niet geschonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/3723 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 28 mei 2008, 07/1410 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).

Datum uitspraak: 22 april 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. P.H.A. Brauer, advocaat te Heerlen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 maart 2009, waar appellante noch haar gemachtigde is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door E.W. Huiskamp, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 24 januari 1996 heeft het Uwv aan appellante een uitkering ingevolge de Algemene arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, en een dagloon van ƒ 75,58 (€ 34,30). Appellante heeft geen bezwaar gemaakt tegen dit besluit, zodat dit besluit rechtens verbindend is geworden.

1.2. Het thans aan de orde zijnde verzoek van appellante van 21 februari 2007 strekt ertoe dat het Uwv van dit eerdere besluit terugkomt voor wat betreft de vaststelling van het dagloon.

1.3. Bij besluit van 10 april 2007 heeft het Uwv dit verzoek afgewezen, omdat geen sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden.

1.4. Bij besluit van 20 augustus 2007 heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 10 april 2007 ongegrond verklaard. Het Uwv heeft overwogen dat appellante geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd, zodat er geen reden is om het oorspronkelijke besluit voor wat betreft het verleden te herzien. Het Uwv heeft tevens onderkend dat, nu appellante nog immer in het genot is van de eerdergenoemde WAO-uitkering, sprake is van een duuraanspraak. Het Uwv heeft dan ook aangegeven de primaire afdeling te hebben verzocht voor wat betreft de toekomst te beoordelen of het bij besluit van 24 januari 1996 vastgestelde dagloon juist is.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 20 augustus 2007 ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft zich gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad stelt voorop dat in onderhavig geschil louter de vraag voorligt of het Uwv in redelijkheid gebruik heeft mogen maken van zijn bevoegdheid het verzoek om herziening van het besluit van 24 januari 1996 voor het verleden af te wijzen. Ter zitting heeft het Uwv desgevraagd bevestigd dat voor wat betreft de toekomst op korte termijn een besluit genomen zal worden.

4.2. Overeenkomstig hetgeen voor herhaalde aanvragen is bepaald in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), mag van degene die een bestuursorgaan verzoekt van een eerder ambtshalve genomen besluit terug te komen worden verlangd dat bij dit verzoek nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld die zulk een terugkomen kunnen rechtvaardigen. Wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, kan het bestuursorgaan het verzoek zonder nader onderzoek afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere besluit.

4.3. Appellante is van mening dat haar dagloon te laag is vastgesteld, en betoogt in dat kader dat het Uwv haar dagloon had dienen te baseren op haar verdiensten in het (fulltime) dienstverband met de GGD.

4.4. De Raad is met de rechtbank en het Uwv van oordeel dat het hierbij niet gaat om nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden in vorenbedoelde zin, aangezien appellante dit argument (reeds) had kunnen aanvoeren in een procedure tegen het besluit van 24 januari 1996.

4.5. Het Uwv was dan ook bevoegd om met overeenkomstige toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb het verzoek af te wijzen en voor de motivering van die beslissing te volstaan onder verwijzing naar het besluit van 24 januari 1996. Naar het oordeel van de Raad kan niet worden gezegd dat het Uwv niet in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken dan wel daarbij anderszins heeft gehandeld in strijd met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of met een ander algemeen rechtsbeginsel. De Raad volgt appellante niet in haar standpunt dat sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel, nu de door haar aangehaalde NedCar-zaken naar het oordeel van de Raad niet aangemerkt kunnen worden als gelijke gevallen.

4.6. Uit vorenstaande overwegingen volgt dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

4.7. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Schoemaker. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.B.E. van Nimwegen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 april 2009.

(get.) R.C. Schoemaker.

(get.) R.B.E. van Nimwegen.

NW