Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BI0651

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-04-2009
Datum publicatie
14-04-2009
Zaaknummer
07-4442 AW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Functieordening. UFO-systeem. Gezien de gedingstukken en het ter zitting verhandelde acht de Raad voldoende aannemelijk geworden dat het functieprofiel universitair docent geheel op de door appellant uitgeoefende functie van toepassing is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/4442 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 10 juli 2007, 06/8999 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van bestuur van de Technische Universiteit Delft (hierna: college)

Datum uitspraak: 2 april 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 februari 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. H.J. van Hooijdonk, werkzaam bij de Copgroep te Leidschendam. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.H.J. ter Meulen, prof. dr. ir. A.C.J.M. Eekhout en P.L.J. Kuip, allen werkzaam bij de Technische Universiteit Delft (hierna: TUD).

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant is per 1 januari 1995 aangesteld als universitair docent op het vakgebied [naam vakgebied] bij de faculteit Bouwkunde van de TUD. In mei 2001 is een beschrijving opgesteld van deze functie, die door appellant op 14 mei 2001 is geaccordeerd.

1.2. Met ingang van 1 april 2003 is een nieuw systeem van functieordenen van toepassing verklaard op medewerkers van de TUD. Dit systeem is opgenomen in een bijlage bij de CAO Nederlandse Universiteiten, getiteld Universitair Functieordenen (hierna: UFO-systeem).

1.3. Bij besluit van 30 juni 2004 heeft het college de functie van appellant op basis van het UFO-systeem met ingang van 1 april 2003 ingedeeld in het functieprofiel Universitair Docent (UD) op het functieniveau 1, zijnde het hoogste functieniveau.

Bij besluit van 14 januari 2005 heeft het college het bezwaar van appellant tegen het besluit van 30 juni 2004 ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 7 juli 2006 heeft de rechtbank ’s-Gravenhage het beroep van appellant tegen het besluit van 14 januari 2005 gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. De rechtbank was van oordeel dat dit besluit een draagkrachtige motivering ontbeerde.

1.4. Ter uitvoering van deze uitspraak van de rechtbank heeft het college bij het thans bestreden besluit van 27 september 2006 opnieuw op het bezwaar van appellant beslist en zijn besluit van 30 juni 2004 opnieuw gehandhaafd.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd, overweegt de Raad het volgende.

3.1. Blijkens het gestelde in de bedoelde bijlage wordt het UFO-systeem toegepast in twee stappen. Eerst wordt voor de medewerker het functieprofiel gezocht dat het beste bij zijn werk past. Een functieprofiel is een compacte beschrijving van een generieke (voorbeeld)functie, omvattende een functietitel (de naam van de functie), het doel van de functie, de organisatorische context en de voor de functie geldende resultaatgebieden (kenmerkende kernactiviteiten, daarvoor geldende kaders, te bereiken resultaten en uit te voeren activiteiten). De binnen de universiteiten voorkomende functieprofielen zijn, onderverdeeld in functiefamilies, opgesomd in een bijlage bij de zogeheten Werkgevers-handleiding Geautomatiseerde indelingsinstrument. Nadat uit deze verzameling het functieprofiel is gekozen dat het beste past bij het werk van de betrokkene, volgt de tweede stap: het bepalen van de zwaarte, het niveau, van de functie. Daartoe is per functieprofiel voorzien in zogenoemde indelingscriteria en indelingsregels. In bepaalde gevallen kan ook een combinatie van functieprofielen worden gekozen.

Een en ander brengt mee dat indien eenmaal een bepaald functieprofiel is gekozen, dit profiel van toepassing is en verder alleen nog het niveau van de functie moet worden bepaald. Uitgaan van een profiel en vervolgens concluderen dat geen indeling op grond van de indelingscriteria kan plaatsvinden is dus onverenigbaar met het UFO-systeem.

3.2. Gezien de gedingstukken en het ter zitting verhandelde acht de Raad voldoende aannemelijk geworden dat het functieprofiel UD geheel op de door appellant uitgeoefende functie van toepassing is. Deze functie is voorts op het hoogste niveau van dit profiel ingedeeld. Indeling in het functieprofiel universitair hoofd docent (UHD) is naar het oordeel van de Raad niet aangewezen, nu het college in voldoende mate heeft onder-bouwd dat appellant geen wetenschappelijk onderzoek verricht, zoals bedoeld in de doelomschrijving van het functieprofiel UHD.

3.3. Resteert de door appellant opgeworpen vraag of het hier in feite niet gaat om een combinatieprofiel. Deze vraag kan niet anders dan ontkennend worden beantwoord. In dit geval is immers geen sprake van twee verschillende takenpakketten of opdrachten die niet in één functieprofiel zijn terug te vinden in de zin van het UFO-systeem. Als gezegd, past de functie van appellant geheel binnen het functieprofiel UD.

3.4. Hieruit volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

4. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.G. Treffers als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en M.C. Bruning als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.B. de Gooijer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 2 april 2009.

(get.) J.G. Treffers.

(get.) M.B. de Gooijer.

HD