Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH9297

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-03-2009
Datum publicatie
03-04-2009
Zaaknummer
07-6770 WUV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Terugvordering: De uitkering over 2003 was al bij besluit van 30 november 2004 definitief gesteld en het over dat jaar te veel betaalde was al teruggevorderd, zodat hierover bij de berekeningsbeslissing van 31 december 2006 geen nieuw besluit is genomen. Het bezwaar van appellante is dan ook in zoverre terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/6770 WUV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[Naam appellante], wonende te [woonplaats], Australië (hierna: appellante),

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)

Datum uitspraak: 19 maart 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft beroep ingesteld tegen een door verweerster onder dagtekening 17 augustus 2007, onderwerp BZ47006, JZ/C80/2007 ten aanzien van haar genomen besluit ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet), verder: het bestreden besluit.

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 februari 2009. Appellante is niet verschenen en verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Aan appellante, geboren in 1936, is met ingang van 1 januari 2003 een periodieke uitkering toegekend op grond van de Wet als weduwe van de op 11 oktober 2002 overleden vervolgde [naam vervolgde].

1.2. Bij berekeningsbeslissing van 31 december 2006, nader toegelicht bij bericht van verweerster van 15 januari 2007, is de uitkering over 2004 definitief gesteld en is wegens te veel betaalde uitkering een bedrag van € 1.485,65 van appellante teruggevorderd. Het door appellante tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij het bestreden besluit gegrond verklaard, voor zover dit was gericht tegen de terugvordering van het over 2004 te veel betaalde, zijnde een bedrag van € 1.066,07. Dit bedrag werd niet meer teruggevorderd in verband met te late verwerking van door appellante verstrekte gegevens. Het bezwaar werd voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.

2. Naar aanleiding van de door appellante in beroep tegen dit besluit aangevoerde grieven overweegt de Raad dat het nog resterende deel van het teruggevorderde bedrag ten bedrage van € 419,58 een nog resterend te veel betaald bedrag over 2003 betreft. De uitkering over 2003 was al bij besluit van 30 november 2004 definitief gesteld en het over dat jaar te veel betaalde was al teruggevorderd, zodat hierover bij de berekeningsbeslissing van 31 december 2006 geen nieuw besluit is genomen. Het bezwaar van appellante is dan ook in zoverre terecht niet-ontvankelijk verklaard.

3. Gezien het vorenstaande dient het beroep van appellante ongegrond te worden verklaard.

4. De Raad acht ten slotte geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en H.R. Geerling-Brouwer als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van I. Mos als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2009.

(get.) A. Beuker-Tilstra.

(get.) I. Mos.

HD