Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH9289

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-03-2009
Datum publicatie
01-04-2009
Zaaknummer
07-6218 WW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking hoger beroep omdat het Uwv gedeeltelijk aan de bezwaren van betrokkene is tegemoet gekomen.

De Raad acht termen aanwezig om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van betrokkene wegens verleende rechtsbijstand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/6218 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante)

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 27 september 2007, 07/658 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).

Datum uitspraak: 25 maart 2009.

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. B.J.M. de Leest, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Bij brief van 24 november 2008 heeft voornoemde gemachtigde namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv gedeeltelijk aan de bezwaren van appellante is tegemoet gekomen.

De Raad acht termen aanwezig om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante wegens verleende rechtsbijstand, begroot op € 644,-- in beroep en € 644,-- in hoger beroep, in totaal derhalve € 1.288,--.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsorgaan werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.288,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Deze uitspraak is gedaan door B.M. van Dun. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier, uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2009.

(get.) B.M. van Dun.

(get.) P.N. Rijnsewijn.

BvW