Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH8688

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-03-2009
Datum publicatie
30-03-2009
Zaaknummer
07-5492 AW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De gevraagde vergoeding ziet op genormeerde kosten die verband houden met opname wegens ziekte van een gezinslid van de ambtenaar. Toepassing van een algemeen verbindend voorschrift met concrete vergoedingsnorm.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/5492 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 13 augustus 2007, 06/5357 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Zundert (hierna: college)

Datum uitspraak: 19 maart 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 februari 2009. Appellant is, zoals door hem bericht, niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. de Visser, advocaat te ’s-Hertogenbosch, en drs. H.W.J. Klaucke, voormalig medewerker van de gemeente Zundert.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een uitgebreid overzicht van de hier van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

1.1. Appellant, voormalig sectordirecteur in de gemeente Zundert, heeft in verband met bezoek aan zijn zieke zoon vergoeding gevraagd van onder meer maaltijdkosten. Het college heeft niet de door appellant gevraagde (vrijwel) volledige vergoeding van die kosten toegekend, maar heeft met toepassing van de voor ambtenaren van de gemeente Zundert geldende 2%-regeling een niet kostendekkende vergoeding gegeven. Na bezwaar is dat besluit gehandhaafd bij het bestreden besluit van 12 september 2006.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Voor zover hier van belang heeft zij - kort samengevat - geoordeeld dat het college terecht toepassing heeft gegeven aan artikel 4, aanhef en onder b, van de 2%-regeling, en dat dit op juiste wijze is gedaan. Zij heeft de stelling van appellant dat de 2%-regeling onverbindend is of anderszins buiten toepassing had moeten worden gelaten, verworpen.

3. Naar aanleiding van de standpunten van partijen overweegt de Raad als volgt.

3.1. Hij volgt de rechtbank in haar hierboven kort samengevatte oordeel en volstaat met verwijzing naar hetgeen de rechtbank in dat verband in de aangevallen uitspraak heeft overwogen. De door appellant gevraagde vergoeding ziet ook naar het oordeel van de Raad op de in artikel 4 genormeerde kosten die verband houden met opname wegens ziekte van een gezinslid van de ambtenaar en die kunnen worden geduid als ‘overige bijzondere uitgaven’ in de zin van artikel 4, aanhef en onder b, van de 2%-regeling. Het gaat dan om toepassing van een algemeen verbindend voorschrift dat een concrete vergoedingsnorm bevat. Anders dan appellant bepleit, laat de regeling geen ruimte, laat staan dat zij een verplichting inhoudt, voor het college om de kosten te vergoeden volgens een andere norm.

4. Op grond van het vorenstaande komt de Raad tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. De Raad ziet tot slot geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en G.P.A.M. Garvelink-Jonkers en K.J. Kraan als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van K. Moaddine als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2009.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen.

(get.) K. Moaddine.

HD