Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH8389

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-03-2009
Datum publicatie
02-04-2009
Zaaknummer
07-2662 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking (volledige) WAO-uitkering. De rechtbank heeft blijkens haar overwegingen de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven. Grief over het volgen het rapport van Oskom door de bva en het ten onrechte buiten beschouwing laten van het door appellant ingebrachte expertiserapport van de psychiater slaagt niet. De Raad ziet echter niet in dat het enkele feit dat een specialist vaker advies uitbrengt aan een bestuursorgaan maakt dat hij niet tot een onafhankelijk oordeel kan komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/2662 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 10 april 2007, 06/3441 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 25 maart 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.M. Blom, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 februari 2009. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.E.M. Kuppens.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor een uitvoeriger overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

1.2. Bij besluit van 8 februari 2006 heeft het Uwv appellants uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 7 april 2006 ingetrokken, onder de overweging dat appellant niet langer arbeidsongeschikt wordt geacht. Het Uwv heeft het tegen dit besluit door appellant gemaakte bezwaar bij besluit van 28 augustus 2006 ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het besluit van 28 augustus 2006, hierna: het bestreden besluit, ongegrond verklaard. De rechtbank heeft blijkens haar overwegingen de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven.

3.1. Ter beantwoording staat de vraag of het oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit in rechte stand kan houden. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend en stelt zich achter de overwegingen ter zake in de aangevallen uitspraak.

3.2. Naar aanleiding van hetgeen in hoger beroep is aangevoerd, overweegt de Raad nog het volgende.

3.3. Appellants primaire grief, die erop neerkomt dat de rechtbank de voor het Uwv werkzame bezwaarverzekeringsarts ten onrechte is gevolgd, voor zover deze doorslaggevende betekenis heeft toegekend aan het – op diens verzoek opgestelde – expertiserapport van de psychiater-psychoanalyticus B. Oskam van 16 augustus 2006 en daarentegen het door appellant ingebrachte expertiserapport van de psychiater D. Kok van 4 mei 2006 buiten beschouwing heeft gelaten, slaagt niet. De bezwaarverzekeringsarts R.A. Admiraal heeft in zijn rapporten van 25 augustus 2006 en 3 november 2006 gemotiveerd uiteengezet dat en waarom het door Kok ingenomen standpunt niet kan worden gevolgd. De Raad heeft, evenals de rechtbank, geen grond gevonden om dit standpunt van de bezwaarverzekeringsarts voor onjuist te houden.

3.4. Appellant heeft voorts naar voren gebracht dat het expertiserapport van Oskam niet met de vereiste onafhankelijkheid is tot stand gekomen. Het Uwv maakt vaak gebruik van de diensten van Oskam en door Oskam uitgevoerde contra-expertises hebben tot op heden nimmer tot een – van dat van de bezwaarverzekeringsarts – afwijkend oordeel geleid, aldus appellant. De Raad ziet echter niet in dat het enkele feit dat een specialist vaker advies uitbrengt aan een bestuursorgaan maakt dat hij niet tot een onafhankelijk oordeel kan komen. Van de zijde van appellant zijn in hoger beroep ook geen gegevens van medische of andere aard ingezonden die enig aanknopingspunt bieden voor de veronderstelling dat het onderzoek van Oskam niet volgens de daaraan te stellen eisen is verlopen of dat zijn conclusies zijn gekleurd door de omstandigheid dat hij op verzoek van het Uwv onderzoek heeft verricht. De Raad tekent ten slotte aan dat de door Oskam vermelde gegevens stroken met de overige omtrent appellant bekende gegevens en dat zijn bevindingen met de daaruit getrokken conclusies uitgebreid en inzichtelijk worden gemotiveerd. Ook deze grief slaagt derhalve niet.

3.5. In het onder 3.3 en 3.4 overwogene ligt besloten dat de rechtbank rechtens niet onjuist heeft gehandeld door af te zien van benoeming van een deskundige.

3.6. Gelet op het bovenstaande treft het hoger beroep geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

4. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H. Bedee. De beslissing is, in tegenwoordigheid van I.R.A. van Raaij als griffier, uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2009.

(get.) H. Bedee.

(get.) I.R.A. van Raaij.

KR