Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH8277

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-03-2009
Datum publicatie
02-04-2009
Zaaknummer
07-5529 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Deugdelijke medische grondslag. Vastgestelde medische beperkingen, zoals die zijn neergelegd in de FML zijn door de door de rechtbank ingeschakelde onafhankelijke deskundige geaccordeerd. Geschiktheid geduide functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/5529 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 21 augustus 2007, 04/1186 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 25 maart 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.G. Klumpenhouwer, werkzaam bij De Groot Heupner BV, Advisering & Arbeidstoeleiding, te Wijchen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 februari 2009. Appellant is met vanafgaande kennisgeving niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Ruis.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant was laatstelijk werkzaam als medewerker planning en verkoop van winkelwagentjes voor 25 uren per week. Op 29 augustus 2002 is hij uitgevallen voor zijn werk ten gevolge van klachten na een verkeersongeval. Met ingang van 28 augustus 2003 is hem een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Bij besluit van 14 mei 2004 heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellant met ingang van 15 juli 2004 ingetrokken op de grond dat de mate van zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% is. Daaraan ligt het standpunt ten grondslag dat appellant ongeschikt is voor het eigen werk, doch met inachtneming van zijn medische beperkingen, vastgelegd in een zogenoemde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), geschikt is te achten voor het verrichten van werkzaamheden in gangbare arbeid.

1.2. Bij besluit van 27 oktober 2004 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellant tegen het besluit van 14 mei 2004 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

2.1. Met betrekking tot de medische grondslag van het bestreden besluit heeft de rechtbank aanleiding gezien prof. dr. M.J. Zwarts, neuroloog, als deskundige te benoemen voor het instellen van een onderzoek en hem verzocht enkele vragen met betrekking tot de gezondheidstoestand van appellant per de datum in geding te beantwoorden. De deskundige heeft op 26 maart 2007 van zijn bevindingen verslag gedaan. De deskundige is tot de conclusie gekomen dat appellant niet voldoet aan het postwhiplashsyndroom volgens de Nederlandse Richtlijnen voor de bepaling van functieverlies bij Neurologische aandoeningen. Naar zijn mening had appellant in het relevante tijdvak op neurologisch gebied geen beperkingen. De deskundige kan instemmen met de belastbaarheid, zoals neergelegd in de FML. Gelet op de bevindingen van de deskundige, bezien in samenhang met de overige gedingstukken, is de rechtbank van oordeel dat appellant op 15 juli 2004, de datum in geding, in staat moest worden geacht tot het verrichten van gangbare arbeid conform de in de FML aangegeven beperkingen en mogelijkheden. De rechtbank heeft gewezen op de vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep, waarin besloten ligt, dat het naar behoren onderbouwde oordeel van een onafhankelijke, door de bestuursrechter ingeschakelde, deskundige wordt gevolgd. De rechtbank heeft in het onderhavige geval geen aanleiding gezien van dit beginsel af te wijken. Het voorgaande heeft de rechtbank tot de conclusie geleid dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische grondslag berust.

2.2. Met betrekking tot de arbeidskundige grondslag heeft de rechtbank geoordeeld dat mede in aanmerking genomen de in beroep overgelegde rapportages van de bezwaararbeidsdeskundige van 29 augustus 2005 en 11 april 2006 de toelichting die is gegeven bij de geschiktheid van appellant voor de aan het bestreden besluit ten grondslag liggende functies voldoende is en dat met deze toelichting de geschiktheid van appellant voor deze functies voldoende is gemotiveerd. Nu eerst na het nemen van het bestreden besluit alle ten aanzien van de mogelijke overschrijdingen van de belastbaarheid van appellant zijn voorzien van de vereiste motivering heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, doch aanleiding gezien te bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven.

3. Appellant heeft in hoger beroep volhard in zijn stelling – kort weergegeven – dat hij meer beperkt is dan door het Uwv is vastgesteld met de FML. Hij acht zich niet in staat de werkzaamheden te verrichten van de hem voorgehouden functies. Naar zijn mening heeft het Uwv zulks onvoldoende inzichtelijk gemaakt.

4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2. Gelet op de inhoud van het hoger beroep stelt de Raad vast dat appellant in hoger beroep is gekomen van de aangevallen uitspraak voor zover daarbij door de rechtbank is bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit geheel in stand blijven.

4.3. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het bestreden besluit berust op een deugdelijk medische grondslag. De Raad schaart zich achter de overwegingen in de aangevallen uitspraak die de rechtbank ter onderbouwing van dat oordeel heeft gegeven. Wat appellant ter onderbouwing van zijn hoger beroep heeft aangevoerd vormt een herhaling van hetgeen reeds in beroep is aangevoerd met betrekking tot de medische onderbouwing van het bestreden besluit. Wezenlijk nieuwe gezichtspunten zijn niet naar voren gebracht. Appellant heeft in hoger beroep geen objectieve medische gegevens ingebracht die alsnog twijfel doen rijzen aan de juistheid van de door het Uwv vastgestelde medische beperkingen, zoals die zijn neergelegd in de FML en door voornoemde deskundige geaccordeerd.

4.4. Aldus uitgaande van de juistheid van de met betrekking tot appellant vastgestelde medische beperkingen is de Raad met de rechtbank van oordeel dat de functies die aan de schatting ten grondslag liggen, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten, als voor appellant in medisch opzicht passend dienen te worden aangemerkt. In aanmerking genomen de rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige van 11 april 2006, waarbij in het bijzonder is ingegaan op de arbeidskundige gronden van het beroep bij de rechtbank, alsmede de in de beroepsfase overgelegde arbeidsdeskundige rapportage van 29 augustus 2005 is ook naar het oordeel van de Raad een als genoegzaam aan te merken toelichting gegeven op de passendheid van de geselecteerde functies voor appellant.

4.5. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.M. van de Kerkhof. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier, uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2009.

(get.) C.P.M. van de Kerkhof.

(get.) A.L. de Gier.

JL