Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH8275

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-03-2009
Datum publicatie
02-04-2009
Zaaknummer
08-4447 AKW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering kinderbijslag toe te kennen. De Svb heeft terecht geweigerd kinderbijslag aan appellant toe te kennen. Appellant kan niet als verzekerd ingevolge de AKW kan worden beschouwd. Zelfs indien een terugwerkende kracht van vijf jaar aan de aanvraag om kinderbijslag zou worden toegekend, kan appellant evenmin als verzekerde worden aangemerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/4447 AKW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te Marokko (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 juli 2008, 06/5667 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 19 maart 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 februari 2009. Appellant is daarbij niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.J. van de Nes.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant woont in Marokko en ontvangt sinds 1 februari 1983 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Op 23 mei 2005 heeft appellant aan de Svb verzocht om kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) aan hem toe te kennen ten behoeve van zijn pleegkind [naam pleegkind], geboren [in] 1996.

1.2. Bij beslissing op bezwaar van 3 november 2006 (hierna: bestreden besluit) heeft de Svb zijn besluit van 24 april 2006 gehandhaafd, waarbij is geweigerd vanaf het tweede kwartaal van 2004 kinderbijslag aan appellant toe te kennen voor [naam pleegkind], omdat appellant niet als verzekerd ingevolge de AKW kan worden beschouwd, terwijl ook niet één van de bepalingen van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999, van 24 december 1998, Stb. 746 (hierna: KB 746) op hem van toepassing is.

2. Appellant heeft in beroep en in hoger beroep aangevoerd dat hij wel recht heeft op kinderbijslag voor [naam pleegkind], omdat het kind bij hem woont en appellant voor hem zorgt.

3. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak overwogen dat appellant niet verzekerd is op grond van artikel 6 van de AKW, nu hij geen ingezetene is en ook niet ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen. Met betrekking tot de vraag of appellant op grond van artikel 26 van KB 746 verzekerd was krachtens de AKW heeft de rechtbank overwogen dat dit artikel met ingang van 1 januari 2000 is vervallen. Daarbij heeft de rechtbank erop gewezen dat sindsdien in artikel 27 van KB 746 is bepaald dat ten aanzien van personen die tot aan 1 januari 2000 verzekerd waren ingevolge de volksverzekeringen op grond van artikel 26 en die uitsluitend door het vervallen van dat artikel geen recht meer hebben op kinderbijslag krachtens de AKW, artikel 26 voor wat betreft de toepassing van de AKW vanaf die dag van kracht blijft, zij het zolang het jongste kind voor wie de verzekerde vóór die dag recht had op kinderbijslag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt. De rechtbank heeft vastgesteld dat appellant op 23 mei 2005 kinderbijslag heeft aangevraagd, op welk moment artikel 26 van KB 746 niet meer van kracht was. Ten slotte heeft de rechtbank vastgesteld dat, zelfs indien een terugwerkende kracht van vijf jaar aan de aanvraag om kinderbijslag zou worden toegekend, appellant evenmin als verzekerde zou kunnen worden aangemerkt. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat de Svb terecht heeft geweigerd kinderbijslag aan appellant toe te kennen voor [naam pleegkind].

4.1. De Raad kan zich geheel verenigen met dit oordeel van de rechtbank. Hetgeen door appellant in hoger beroep is aangevoerd heeft de Raad niet tot een ander oordeel kunnen brengen.

4.2. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2009.

(get.) H.J. Simon.

(get.) M. Pijper.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.

NW