Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH8268

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-03-2009
Datum publicatie
31-03-2009
Zaaknummer
07-5673 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Moeite met conflicthantering. In de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) is door de verzekeringsarts van het Uwv bij aspect 2.12 als voorwaarde opgenomen: “Geen beroepsmatige continue emotie-hantering zoals klachtenbaliewerk.” De belasting in de geduide functies ten aanzien van het aspect conflicthantering overschrijdt de belastbaarheid van appellante niet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/ 5673 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 28 augustus 2007, 07/114 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 25 maart 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. Ph.C. Kleyn van Willigen, advocaat te Almelo, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 februari 2009. Appellante en haar gemachtigde zijn -na voorafgaand bericht- niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Ruis.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 14 december 2005 heeft het Uwv de uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 15 februari 2006 ingetrokken, onder de overweging dat de mate van arbeidsongeschiktheid met ingang van laatstgenoemde datum minder dan 15% was.

2. Het namens appellante tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 1 december 2006 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, omdat de rechtbank zich -kort weergegeven- kon verenigen met de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.

4. In hoger beroep is aangevoerd dat in verband met een bijzondere belasting op aspect 2.8.0. (omgaan met conflicten) in twee van de vier aan de onderhavige schatting ten grondslag gelegde functies, te weten artsenbezoeker/ dierenartsenbezoeker en arbeidsbemiddelaar /personeelsfunctionaris, appellantes belastbaarheid wordt overschreden. Ter onderbouwing van dit standpunt is een rapport van 20 augustus 2002 van psychiater R.J. ten Kate en psycholoog P.G. Smits overgelegd.

5.1. De Raad overweegt het volgende.

5.2. In het evengenoemde rapport van de psychiater en psycholoog is onder meer vermeld dat appellante naar verwachting moeite zal hebben met conflicthantering. In de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) is door de verzekeringsarts van het Uwv bij aspect 2.12 als voorwaarde opgenomen: “Geen beroepsmatige continue emotie-hantering zoals klachtenbaliewerk.” In de FML is bij aspect 2.8.0. geen beperking opgenomen. Bezwaarverzekeringsarts E. Vastert heeft met zijn commentaar van 23 januari 2008 gereageerd op het rapport van de psychiater en psycholoog en heeft daarbij aangegeven dat de in de FML vermelde beperking bij aspect 2.12 past bij appellantes problematiek zoals in het rapport van de psychiater en psycholoog is aangegeven. De Raad heeft, mede in het licht van hetgeen overigens, over de medische situatie van appellante bekend is geworden, geen reden gezien om deze beoordeling van de bezwaarverzekeringsarts in twijfel te trekken. Aangezien uit de Resultaat Functiebeoordeling van eerder genoemde functies niet blijkt dat in de functies sprake is van beroepsmatige, continue emotie-conflicthantering is de Raad van oordeel dat niet gezegd kan worden dat de belasting in deze functies ten aanzien van het aspect conflicthantering de belastbaarheid van appellante overschrijdt. Ook overigens heeft de Raad geen aanknopingspunten gezien voor twijfel aan de geschiktheid in medisch opzicht van de aan appellante voorgehouden functies.

6. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen.

7. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H. Bedee. De beslissing is, in tegenwoordigheid van I.R.A. van Raaij als griffier, uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2009.

(get.) H. Bedee.

(get.) I.R.A. van Raaij.

TM