Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH8265

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-03-2009
Datum publicatie
02-04-2009
Zaaknummer
07-4823 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herzieningen WAO-uitkering. De rechtbank heeft, voor zover thans van belang, overwogen dat het (laatste) besluit berust op een deugdelijke, althans toereikende medische grondslag. Wat de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit betreft heeft de rechtbank overwogen dat de bezwaararbeidsdeskundige voldoende gemotiveerd heeft uiteengezet dat appellante, ondanks de voor haar vastgestelde beperkingen, in staat is tot het verrichten van de voor haar geselecteerde functies. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/4823 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 5 juli 2007, 06/1749 WAO (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 25 maart 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.A.H. Theunissen, werkzaam bij Juridische Dienstverlening Nederland B.V. te Apeldoorn, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 februari 2009. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.O. Diepenbroek.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

1.2. Bij besluit van 16 december 2005 is appellantes uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeids-ongeschiktheid van 80 tot 100%, per 17 februari 2006 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.

1.3. Het door appellante tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 21 juni 2006 ongegrond verklaard, tegen welk besluit beroep is ingesteld bij de rechtbank.

1.4. Hangende het beroep heeft het Uwv een nieuw besluit op bezwaar, gedateerd 1 februari 2007, genomen waarbij het besluit van 16 december 2005 is herroepen, en onder wijziging in zoverre van het besluit van 21 juni 2006 de WAO-uitkering van appellante per 17 februari 2006 (alsnog) ongewijzigd is voortgezet en de WAO-uitkering van appellante per 2 april 2007 is herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.

1.5. Bij besluit van 24 mei 2007, hierna: het bestreden besluit, heeft het Uwv laatstbedoelde beslissing gewijzigd in die zin dat de WAO-uitkering van appellante per 2 april 2007 wordt herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit op bezwaar van 21 juni 2006 alsmede het beroep dat werd geacht mede te zijn gericht tegen het besluit op bezwaar van 1 februari 2007 niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft voorts het beroep dat werd geacht mede te zijn gericht tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft tevens beslissingen gegeven omtrent de vergoeding van griffierecht en proceskosten. De rechtbank heeft, voor zover thans van belang, overwogen dat het bestreden besluit berust op een deugdelijke, althans toereikende medische grondslag. Wat de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit betreft heeft de rechtbank overwogen dat de bezwaararbeidsdeskundige voldoende gemotiveerd heeft uiteengezet dat appellante, ondanks de voor haar vastgestelde beperkingen, in staat is tot het verrichten van de voor haar geselecteerde functies.

3. Appellante heeft in hoger beroep volstaan met te verwijzen naar hetgeen zij in bezwaar en beroep heeft aangevoerd.

4. Het oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak.

4.1. Appellante die, naar de Raad begrijpt, uitsluitend hoger beroep heeft ingesteld voor zover haar beroep tegen het bestreden besluit ongegrond is verklaard, stelt - samengevat - dat zij op medische gronden de haar voorgehouden functies niet kan vervullen.

4.2. Die gronden slagen niet. De Raad verwijst daartoe naar de onder 2 samengevat weergegeven overwegingen van de rechtbank, welke overwegingen hij onderschrijft. Dit heeft tot gevolg dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, zal worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door H. Bedee. De beslissing is, in tegenwoordigheid van I.R.A. van Raaij als griffier, uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2009.

(get.) H. Bedee.

(get.) I.R.A. van Raaij.

MH