Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH7844

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-03-2009
Datum publicatie
26-03-2009
Zaaknummer
07-4404 AOW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Korting AOW-uitkering omdat appellante 32 jaar niet verzekerd is geweest voor de AOW. Dit zijn jaren waarin betrokkene woonachtig is geweest in Suriname. Is het feit dat met het wonen in het Rijk wordt bedoeld het wonen in het Rijk in Europa discriminerend, omdat onderscheid wordt gemaakt tussen Surinaamse Nederlanders en Europese Nederlanders?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/4404 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Naam appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 22 juni 2007, 06/5704 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 12 maart 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.K. Bhadai, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. Aan appellante is door de Svb, bij besluit van 22 november 2005, een pensioen in het kader van de Algemene ouderdomswet (AOW) toegekend met ingang van april 2006. De hoogte van dit pensioen is vastgesteld op 36% van het maximale AOW-pensioen, omdat appellante 32 jaar niet verzekerd is geweest voor de AOW. Dit zijn jaren waarin appellante woonachtig is geweest in Suriname. Het tegen dit besluit gerichte bezwaar is bij besluit op bezwaar van 23 mei 2006 ongegrond verklaard.

2. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.

3.1. In hoger beroep heeft appellante in grote lijnen haar stellingen herhaald. Met name bestrijdt zij het oordeel van de rechtbank dat wonen in Suriname niet gelijkgesteld kan worden met wonen in het Rijk (tekst artikel 2 van de AOW tot 1990), dan wel met wonen in Nederland (tekst artikel 2 van de AOW vanaf 1990). Zij meent dat zij in ieder geval tot 25 november 1975, de datum van de onafhankelijkheid van Suriname, aangemerkt moet worden als ingezetene van het Koninkrijk der Nederlanden en daarmee van het Rijk. Ook acht zij het feit dat met het wonen in het Rijk wordt bedoeld het wonen in het Rijk in Europa discriminerend, omdat onderscheid wordt gemaakt tussen Surinaamse Nederlanders en Europese Nederlanders. Ten slotte meent appellante dat Surinamers geconfronteerd worden met een gekorte AOW, wat niet redelijk is en zeer ongunstige gevolgen heeft.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De grieven die appellante aanvoert tegen de aangevallen uitspraak zijn in essentie gelijk aan de grieven die besproken zijn in de gedingen die hebben geleid tot de uitspraak van 17 juli 2008 (LJN BD8822). De Raad ziet in hetgeen appellante heeft aangevoerd geen aanleiding in dit geding op deze punten tot een andere beoordeling te komen.

4.2. Hoewel de Raad zeker niet wil ontkennen dat appellante een lager AOW-pensioen ontvangt doordat de jaren waarin zij in Suriname woonachtig was niet worden betrokken bij de vaststelling van de hoogte daarvan, moet de Raad ook constateren dat dit voor iedereen geldt die tussen de 15e en 65ste verjaardag ingezetene van Nederland wordt. Het is niet aan de rechter dit mogelijk maatschappelijke probleem op te lossen, nu het rechtstreeks voortvloeit uit de systematiek van de AOW, namelijk het opbouwstelsel daarvan.

5. Dit alles leidt tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

6. De Raad acht ten slotte geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht en beslist als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R. Roeland als griffier, uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2009.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) R. Roeland.

NW