Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH7633

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-03-2009
Datum publicatie
25-03-2009
Zaaknummer
07-5257 WAO-V
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk verklaring van het verzet wegens overschrijding voor het indienen van het verzetschrift. Fouten of nalatigheden van een gemachtigde worden in beginsel toegerekend aan degene die de gemachtigde heeft gevraagd zijn of haar belangen te behartigen. Dat is niet anders in een geval waarin - kennelijk - sprake is van ernstige nalatigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/5257 WAO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 31 juli 2007, 06/4830, (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 26 februari 2008 heeft de Raad het namens appellant door mr. A. Bosveld, advocaat te Rotterdam, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 26 februari 2008 heeft appellant verzet gedaan.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 februari 2009. Appellant is verschenen. Het Uwv is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 26 februari 2008 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat (de gemachtigde van) appellant niet in verzuim is geweest.

De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.

De uitspraak van de Raad van 26 februari 2008 is op - eveneens - 26 februari 2008 bij aangetekende brief aan mr. Bosveld verzonden, zodat de termijn voor het indienen van een verzetschrift aanving op 27 februari 2008 en eindigde op 8 april 2008. Het verzetschrift van appellant is op 18 september 2008 ter griffie van de Raad ingekomen. Dit betekent dat de termijn is overschreden, hetgeen appellant ter zitting ook heeft erkend.

In verzet heeft appellant aangevoerd dat hij begin september 2008 bij mr. Bosveld heeft geïnformeerd naar de stand van zaken met betrekking tot het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak. Hij kreeg toen de mededeling dat er nog geen zittingsdatum bekend was. Naar aanleiding hiervan heeft appellant telefonisch informatie ingewonnen bij de griffie van de Raad. Toen is hem medegedeeld dat het hoger beroep inmiddels niet-ontvankelijk was verklaard wegens het niet betalen van het verschuldigde griffierecht. Vervolgens heeft appellant verzet gedaan. De uitspraak van de Raad van 26 februari 2008 heeft appellant nooit van mr. Bosveld ontvangen. Uit nader door appellant bij mr. Bosveld ingewonnen informatie is hem verder gebleken dat door de administratie van diens kantoor vergeten is (tijdig) het verschuldigde griffierecht te betalen.

De Raad overweegt dat, zoals hij ter zitting reeds aan appellant heeft kenbaar gemaakt, volgens vaste rechtspraak fouten of nalatigheden van een gemachtigde in beginsel worden toegerekend aan degene die de gemachtigde heeft gevraagd zijn of haar belangen te behartigen. Dat is niet anders in een geval waarin - kennelijk - sprake is van ernstige nalatigheden.

Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk dient te worden verklaard wegens, niet verschoonbare, overschrijding van de termijn voor het indienen van een verzetschrift.

Ten overvloede overweegt de Raad dat, indien hij wel zou kunnen toekomen aan een beoordeling van de vraag of bij de uitspraak van de Raad van 26 februari 2008 het hoger beroep terecht niet-ontvankelijk is verklaard, die vraag op dezelfde gronden bevestigend zou moeten worden beantwoord.

Ter zitting heeft appellant overigens kenbaar gemaakt bekend te zijn met de mogelijkheden om terzake civielrechtelijke en/of tuchtrechtelijke procedures in gang te zetten.

Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad ten slotte geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.B. de Gooijer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2009.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) M.B. de Gooijer.

BvW