Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH6540

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-03-2009
Datum publicatie
25-03-2009
Zaaknummer
07-5109 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Betrokkene is meegedeeld dat hij met ingang van 24 mei 2006 niet (meer) wegens ziekte of gebreken ongeschikt wordt geacht tot het verrichten van zijn arbeid en dat hij vanaf die datum geen recht meer heeft op ziekengeld. De Raad is voorts van oordeel dat de (bezwaar)verzekeringsartsen een juist beeld hebben gehad van de aard en de zwaarte van het werk van betrokkene. Juistheid zorgvuldige medische beoordeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/5109 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 19 juli 2007, 06/7090 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 18 maart 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.M.M. Brouwer, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 februari 2009. Namens appellant is mr. P.R.L.V.M. Kruik, advocaat te Den Haag, verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.W.G. Determan.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant was laatstelijk werkzaam als medewerker tuinbouw toen hij op 23 augustus 2004 uitviel wegens diverse lichamelijke klachten. Per 14 februari 2005 is hij hersteld verklaard in het kader van de Ziektewet (ZW). Vervolgens heeft appellant een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) ontvangen.

1.2.Vanuit die uitkeringssituatie heeft appellant zich op 12 oktober 2005 ziek gemeld wegens rug-, nek-, schouder-, voet- en allergieklachten. Ter zake van deze ziekmelding is appellant enkele malen op het spreekuur van de ZW-arts J.L. Vos gezien, voor het laatst op 23 mei 2006. Deze arts is op basis van eigen bevindingen en verkregen informatie van de huisarts van 12 april 2006 tot de conclusie gekomen dat appellant weer geschikt is te achten voor zijn arbeid.

2. Bij besluit van 24 mei 2006 heeft het Uwv aan appellant meegedeeld dat hij met ingang van 24 mei 2006 niet (meer) wegens ziekte of gebreken ongeschikt wordt geacht tot het verrichten van zijn arbeid en dat hij vanaf die datum geen recht meer heeft op ziekengeld. Bij besluit van 14 juli 2006 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 24 mei 2006 ongegrond verklaard. Aan het bestreden besluit ligt ten grondslag het rapport van bezwaarverzekeringsarts M. Keus van 12 juli 2006.

3. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. Ingevolge artikel 19, eerste en vierde lid, van de ZW heeft de verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid, als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken, recht op ziekengeld.

4.3. Op grond van vaste jurisprudentie van de Raad dient onder ongeschiktheid in de zin van artikel 19 van de ZW te worden verstaan het op medische gronden naar objectieve maatstaven gemeten niet kunnen of mogen verrichten van zijn arbeid. Onder ‘zijn arbeid’ wordt verstaan het laatstelijk voor de aanvang van de ongeschiktheid feitelijk verrichte werk.

4.4. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. Ook de Raad is van oordeel dat het bestreden besluit berust op een zorgvuldige medische beoordeling. De arts Vos heeft appellant onderzocht en beschikte daarbij over informatie van de huisarts. De bezwaarverzekeringsarts Keus heeft appellant eveneens onderzocht. Het onderzoek aan het bewegingsapparaat (rug, nek, schouders, armen, handen, benen en voeten) toonde geen duidelijke afwijkingen dan wel functiestoornissen. Ten aanzien van de in beroep overgelegde informatie van orthopedisch chirurg dr. F.P. Bernoski en fysiotherapeut F. Besseling onderschrijft de Raad - evenals de rechtbank - het commentaar van de bezwaarverzekeringsarts Keus, zoals vermeld in de rapportages van 20 oktober 2006 en 24 november 2006. De Raad ziet voorts in de door appellant in hoger beroep ingebrachte nadere medische informatie van neuroloog S.F.T.M. de Bruijn van 26 september 2007 geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de zorgvuldigheid en de volledigheid van de onderzoeken en de conclusies van de (bezwaar)verzekeringsartsen. De bezwaarverzekeringsarts heeft in zijn rapport van 18 oktober 2007 voldoende gemotiveerd aangegeven waarom hij hierin geen aanleiding ziet om af te wijken van zijn standpunt. Daarbij merkt de Raad op dat de informatie geen betrekking heeft op de gezondheidstoestand van appellant op de datum in geding. Ten aanzien van de ter zitting opgeworpen grief dat geen/onvoldoende onderzoek is gedaan naar de allergieklachten van appellant, verwijst de Raad naar hetgeen de rechtbank in haar uitspraak daarover, met verwijzing naar het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 12 juli 2006, heeft overwogen. Hetgeen namens appellant in hoger beroep en ter zitting naar voren is gebracht, heeft de Raad niet tot een ander oordeel kunnen leiden.

4.5. De Raad is voorts van oordeel dat de (bezwaar)verzekeringsartsen een juist beeld hebben gehad van de aard en de zwaarte van het werk van appellant.

4.6. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.C.M. van Laar. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E.M. de Bree als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2009.

(get.) M.C.M. van Laar.

(get.) E.M. de Bree.

KR