Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH5567

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-02-2009
Datum publicatie
11-03-2009
Zaaknummer
08-1992 WWB-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond wegens termijnoverschrijding van het griffierecht. Betrokkene heeft niet kunnen aantonen betalingsonmachtig te zijn om het griffierecht te voldoen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/1992 WWB-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 12 februari 2008, 07/3539 en 07/3603 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht.

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 13 augustus 2008 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen voornoemde uitspraak heeft appellante verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 28 januari 2008, alwaar partijen niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 13 augustus 2008 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet binnen de daartoe gestelde termijn is voldaan, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

In het verzetschrift geeft appellante aan dat vanwege het instellen van een Rechterlijke machtiging in de periode van 17 juli 2008 tot en met 17 januari 2009 en de gedwongen opname in een gesloten psychiatrische afdeling van het UMC op 25 juli 2008, appellante niet in staat was te reageren op de brief van 30 juni 2008 waarin appelante nogmaals in de gelegenheid is gesteld het griffierecht te betalen en is gewezen op niet-ontvankelijk verklaring van het hoger beroep bij overschrijding van de betalingstermijn.

De Raad merkt ten eerste op dat de brief van 30 juni 2008 is verzonden ruimschoots voordat appellante werd opgenomen. Voorts is appellante in verscheidene brieven te kennen gegeven dat de betaling van het griffierecht een wettelijke verplichting is. Bij schrijven van 12 juni 2008 is appellante gewezen op de mogelijkheid om een aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van het griffierecht in te dienen bij het College van burgemeester en wethouders van haar woonplaats. Appellante heeft niet kunnen aantonen betalingsonmachtig te zijn om het griffierecht te voldoen. Daarentegen heeft appellante bij herhaling gesteld dat zij recht heeft op bijstand, zonder verplichtingen zoals het betalen van griffierecht. Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A. Badermann als griffier, uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2009.

(get.) A.B.J. van der Ham.

(get.) A. Badermann.

IJ