Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH5179

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-03-2009
Datum publicatie
09-03-2009
Zaaknummer
07-2773 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Voldoende medische grondslag. Geen objectieve medische gegevens ingebracht die twijfel doen rijzen aan de juistheid van de medische beoordeling die aan het bestreden besluit ten grondslag ligt. Afdoende gemotiveerd waarom er geen redenen zijn om tot een urenbeperking te komen. M.b.t. de arbeidskundige onderbouwing van het bestreden besluit merkt de Raad op dat de functie wikkelaar niet aan de schatting ten grondslag had mogen worden gelegd. Het wegvallen van deze functie heeft echter geen gevolgen voor de onderhavige schatting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/2773 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 27 maart 2007, 06/1964

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 6 maart 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. A.G.B. Bergenhenegouwen, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand te Leusden, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 januari 2009. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.G.M. Huijs.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 15 mei 2006 is de aan appellante toegekende uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 16 juli 2006 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.

1.2. Het door appellante tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 11 oktober 2006 (hierna: bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2.1. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het door appellante tegen het bestreden besluit ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven en besluiten genomen omtrent de vergoeding van proceskosten en griffierecht.

2.2. De rechtbank heeft hiertoe, kort samengevat, overwogen dat hetgeen appellante in beroep heeft aangevoerd niet tot het oordeel leidt dat het bestreden besluit op een onjuiste medische grondslag berust. Vernietiging van het bestreden besluit heeft plaatsgevonden op de grond dat bij dat besluit onvoldoende is gemotiveerd dat de aan de schatting ten grondslag liggende functies voor appellante geschikt zijn. De rechtbank heeft in een nadere toelichting van de bezwaararbeidsdeskundige van het Uwv van 19 januari 2007, waarin alsnog een nadere motivering van bedoelde geschiktheid is gegeven, aanleiding gezien de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten.

3. In hoger beroep heeft appellante zich evenals in beroep in hoofdzaak op het standpunt gesteld dat het Uwv de ernst en de omvang van haar psychische klachten onderschat en dat zij op de datum in geding niet in staat was om de werkzaamheden te verrichten die zijn verbonden aan de haar door de arbeidsdeskundige van het Uwv voorgehouden functies.Bij appellante is sprake van hooggevoeligheid. Zij is daardoor niet goed in staat op de werkvloer te functioneren. Zij heeft veel conflicten met mensen uit haar omgeving die vaak onbewuste en overtrokken reacties teweeg brengen door de hooggevoeligheid. Het is voor appellante tevens moeilijk om zaken te ordenen en te structureren omdat er zoveel prikkels op haar afkomen. Appellante heeft veel rust nodig voor zichzelf; als zij die rust niet kan nemen door de verplichte werkzaamheden, dan zullen, zoals dat in het verleden al zo vaak is gebeurd, haar gedachten met haar op de loop gaan, dan reageert zij zich af en maakt de bestaande werkrelaties zo kapot dat een terugkeer niet meer mogelijk is.

Voorts is de verzakking van haar baarmoeder erger geworden door de verergerde spanningen als gevolg van de schatting.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. De door de rechtbank gehanteerde overwegingen ter zake van de medische onderbouwing van het bestreden besluit onderschrijft de Raad en maakt hij tot de zijne. In hoger beroep evenmin als in beroep heeft appellante objectieve medische gegevens ingebracht die twijfel doen rijzen aan de juistheid van de medische beoordeling die aan het bestreden besluit ten grondslag ligt. In zijn rapportage van 3 juli 2007 heeft de bezwaarverzekeringsarts afdoende gemotiveerd waarom er geen redenen zijn om tot een urenbeperking te komen.

4.3. Ten aanzien van de arbeidskundige onderbouwing van het bestreden besluit merkt de Raad het volgende op. In de aan appellante voorgehouden functie wikkelaar (Sbc code 267050) moet de werknemer in staat zijn dagelijks gedurende niet meer dan ongeveer 2 uren te staan. In de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 27 maart 2006 heeft de verzekeringsarts bij het aspect 5.4, staan tijdens het werk, het volgende aangegeven: beperkt, kan zo nodig gedurende de helft van de werkdag staan (ongeveer 4 uren), met als toelichting: maximaal 1 uur.Onder verwijzing naar zijn uitspraak van 23 februari 2007, LJN AZ9153, stelt de Raad vast dat in de FML sprake is van een beperkende toelichting, die niet tot signalering heeft geleid en waarvoor een toereikende toelichting ontbreekt.

4.4. Dit leidt de Raad tot de conclusie dat deze functie niet aan de schatting ten grondslag had mogen worden gelegd. Het wegvallen van deze functie heeft evenwel geen gevolgen voor de onderhavige schatting, omdat een nieuwe berekening van appellantes resterende verdiencapaciteit met behulp van de als reservefunctie aan appellante voorgehouden functie van electronicamonteur (Sbc code 267040) niet tot indeling in een andere arbeidsongeschiktheidsklasse leidt. De Raad acht daarbij voldoende onderbouwd dat appellante deze functie kan vervullen.

4.5. Het hoger beroep treft mitsdien geen doel, zodat de aangevallen uitspraak, zij het op enigszins andere gronden, dient te worden bevestigd.

4.6. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak;

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en I.M.J. Hilhorst-Hagen en B. Barentsen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2009.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) A.C.A. Wit.

GdJ