Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH5156

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-03-2009
Datum publicatie
09-03-2009
Zaaknummer
07-4945 WAO
Formele relaties
Tussenuitspraak bestuurlijke lus: ECLI:NL:CRVB:2007:BA4954
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Geen sprake van nieuwe feiten of enige nieuwe omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/4945 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van herziening van:

[Verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),

van de uitspraak van de Raad van 11 mei 2007, 04/6205 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

verzoekster

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 6 maart 2009

I. PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft verzocht om herziening van de aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 januari 2009. Verzoekster is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C. Vork.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de Raad beslist op het hoger beroep van verzoekster tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 11 oktober 2004, 04/299. In het geding dat tot deze uitspraak van de rechtbank heeft geleid ging het om de weigering verzoekster met ingang van 13 juli 2003 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering toe te kennen. Bij de aangevallen uitspraak heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

2. Met het verzoek om herziening is beoogd dat de Raad op zijn aangevallen uitspraak terugkomt. Verzoekster is van mening dat het medisch onderzoek destijds niet zorgvuldig is geweest en heeft in dat verband een verklaring van haar behandelend traumachirurg E.J.M. Smit overgelegd, waarin deze stelt dat de bezwaarsverzekeringsarts R.M. de Vink nooit contact heeft opgenomen met deze chirurg. Voorts acht verzoekster herziening van de aangevallen uitspraak aangewezen omdat zij zich niet geschikt acht voor een aantal functies die destijds aan de schatting ten grondslag zijn gelegd. Daarbij heeft zij onder meer naar voren gebracht dat zij niet voldoet aan het vereiste opleidingsniveau van een aantal functies. Bovendien heeft zij zich beklaagd over het gedrag van de bezwaarverzekeringsarts tijdens de op 1 oktober 2003 gehouden hoorzitting.

3.1. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van de feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij de Raad eerder bekend geweest, tot een nadere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.Volgens vaste rechtspraak van de Raad is het bijzondere middel van herziening niet gegeven om, anders dan op grond van enig feit of enige nieuwe omstandigheid als hiervoor bedoeld, een hernieuwde discussie over het in de uitspraak beslechte geschil of over de uitspraak zelf te openen.

3.2. Het verzoek om herziening dient te worden afgewezen, nu verzoekster geen feiten of omstandigheden in voormelde zin naar voren heeft gebracht. Destijds had verzoekster ook naar voren kunnen brengen dat de bezwaarverzekeringsarts De Vink geen contact heeft gehad met de chirurg Smit. Bovendien wijzen de gedingstukken uit dat van de zijde van verzoekster destijds reeds informatie is ingebracht van de chirurg Smit en dat deze informatie ook door de bezwaarverzekeringsarts De Vink in zijn beoordeling is betrokken. Voorts stelt de Raad vast dat in de aangevallen uitspraak de geschiktheid van de aan de schatting ten grondslag gelegde functies uitvoerig aan de orde is geweest waarbij mede aandacht is geschonken aan de vraag of verzoekster voldeed aan het voor deze functies vereiste opleidingsniveau. Daarbij is de Raad tot de conclusie gekomen dat verzoekster in staat moet zijn, ook qua opleidingsniveau, om deze functies uit te oefenen.

3.3. Ten aanzien van de klacht van verzoekster over de wijze waarop de bezwaarverzekeringsarts haar heeft bejegend, overweegt de Raad dat dit geen onderwerp van het onderhavige geding kan vormen. Daarvoor dient zij zich te wenden tot het Uwv.

3.4. Gelet op het vorenstaande is de Raad van oordeel dat het verzoek om herziening dient te worden afgewezen.

4. Voor een proceskostenvergoeding ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2009.

(get.) A.T. de Kwaasteniet.

(get.) A.C. Palmboom.

JL