Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH5146

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-03-2009
Datum publicatie
09-03-2009
Zaaknummer
07-6053 WAJONG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WAJONG-uitkering toe te kennen. Appellant heeft pas in 2006 een aanvraag ingediend ter zake van zijn gestelde arbeidsongeschiktheid, derhalve ongeveer 30 jaar na die datum. Daarmee heeft appellant het risico genomen dat gegevens over dat tijdstip moeilijk te traceren zijn. Dit risico dient voor zijn rekening te blijven. Onvoldoende aanknopingspunten voor de conclusie dat appellant jonggehandicapte is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/6053 WAJONG

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 25 september 2007, 06/2684

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 6 maart 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft J.R. Beukema, adviseur sociale zekerheid bij Juricon Adviesgroep te Assen, hoger beroep ingesteld.

Met Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 januari 2009.

Appellant is verschenen bij gemachtigde, J.R. Beukema. Het Uwv was vertegenwoordigd door J. de Graaf.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 5 oktober 2006 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft het Uwv gehandhaafd zijn besluit van 12 juni 2006 tot weigering van een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (WAJONG). De rechtbank heeft daartoe overwogen dat op de datum in geding geen sprake is van beperkingen. Het rapport van neuroloog J.U.R. Niewold leidt niet tot de conclusie dat de daarin genoemde beperkingen reeds op het zeventiende jaar aanwezig waren.

2. Appellant heeft daartegen aangevoerd dat de rechtbank het rapport van Niewold verkeerd heeft geïnterpreteerd. De door hem geconstateerde beperkingen bestonden wel reeds op het zeventiende jaar.

3.1. De Raad overweegt als volgt.

3.2. De Raad wijst er allereerst op dat appellant pas in 2006 een aanvraag heeft ingediend terzake van in 1976/1977 gestelde arbeidsongeschiktheid, derhalve ongeveer 30 jaar na die datum. Daarmee heeft appellant het risico genomen dat gegevens over dat tijdstip moeilijk te traceren zijn. Dit risico dient voor zijn rekening te blijven.

3.3. Voorts overweegt de Raad dat het rapport van Niewold onvoldoende aanknopingspunten biedt voor de conclusie dat appellant jonggehandicapte is. Niewold heeft bij elementair neurologisch onderzoek geen afwijkingen vastgesteld. Hij concludeert weliswaar dat bij appellant al op het zeventiende jaar sprake is van beperkingen, maar deze conclusie is in hoofdzaak gebaseerd op de door appellant zelf aangegeven duur van de coma en de posttraumatische amnesie en niet met objectief medische gegevens onderbouwd; een MRI- of CT-scan is door hem niet gemaakt. Uit de door het Academisch Ziekenhuis Rotterdam in 2000 gemaakte CT-scan kan evenmin worden afgeleid dat op de datum in geding sprake was van beperkingen voor het verrichten van arbeid. De epilepsie heeft zich pas in 1995 geopenbaard en kan dus in 1976/1977 niet tot arbeidsbeperkingen hebben geleid. De Raad overweegt verder dat de aanwezige stoornissen ook andere oorzaken kunnen hebben. De Raad verwijst in dit verband naar de rapporten van de bezwaarverzekeringsarts van 26 juni 2006 en 7 augustus 2007. De Raad overweegt voorts dat appellant -zij het met doublures- zijn HAVO-diploma heeft gehaald en het eerste jaar van de HBO-V met goed gevolg heeft afgesloten. Voorts heeft hij twee jaar gewerkt als ziekenverzorgende en als monteur. Ook uit deze gegevens kan de Raad niet afleiden dat appellant al op zeventienjarige leeftijd arbeidsbeperkingen had.

3.4. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en I.M.J. Hilhorst-Hagen en B. Barentsen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2009.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) A.C.A. Wit.

TM