Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH4947

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-03-2009
Datum publicatie
10-03-2009
Zaaknummer
08-4616 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Nieuw besluit. Uwv tegemoet gekomen aan bezwaren. Ongewijzigde voortzetting WAO-uitkering. Geen verzoek om schadevergoeding. Geen procesbelang. Inleidend beroep van appellant dient alsnog niet-ontvankelijk te worden verklaard. Nu de rechtbank alvorens uitspraak te doen, niet op de hoogte was van het bestaan van het nieuwe besluit en om die reden het beroep tegen het bestreden besluit ten onrechte ongegrond heeft verklaard, komt deze uitspraak voor vernietiging in aanmerking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/4616 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 24 juni 2008, 07/820 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

en

appellant

Datum uitspraak: 4 maart 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 30 augustus 2006 (hierna: het primaire besluit) heeft het Uwv de uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), die werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 29 oktober 2006 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Het door appellant tegen dit besluit ingediende bezwaar is bij besluit van 15 januari 2007 (hierna: bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het door appellant tegen het bestreden besluit ingestelde beroep in de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.

3.1. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat het Uwv de rechtbank niet geheel op de hoogte heeft gebracht van relevante informatie. Als bijlagen bij het hoger beroepschrift heeft appellant besluiten van het Uwv meegezonden. Onder andere is een besluit van 23 augustus 2007 meegezonden, waarbij de besluiten van 30 augustus 2006 en 15 januari 2007 vervallen zijn verklaard en de arbeidsongeschiktheidsuitkering ongewijzigd is vastgesteld.

3.2. In het verweerschrift heeft het Uwv bevestigd dat appellant met ingang van 17 oktober 2006 ongewijzigd 80 tot 100% arbeidsongeschikt is beschouwd en dat het primaire besluit en het bestreden besluit zijn vervallen. Het Uwv heeft de Raad verzocht om het beroep van appellant niet-ontvankelijk te verklaren omdat er geen sprake meer is van enig procesbelang.

3.3. Op grond van de overwegingen 3.1 en 3.2 constateert de Raad dat het Uwv met het besluit van 23 augustus 2007 al volledig was tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant. Het beroep van appellant wordt gelet op de artikelen 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht niet mede gericht geacht tegen dit besluit. Nu er door appellant in beroep geen verzoek is gedaan om schadevergoeding was er naar het oordeel van de Raad geen sprake van enig procesbelang en diende het inleidend beroep van appellant om die reden niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Nu de rechtbank alvorens uitspraak te doen, niet op de hoogte was van het bestaan van het besluit van 23 augustus 2007 en om die reden het beroep tegen het bestreden besluit ten onrechte ongegrond heeft verklaard, komt deze uitspraak voor vernietiging in aanmerking.

4. De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 8,24 voor gemaakte reiskosten in beroep.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellant van € 8,24, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het door hem in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 145,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2009.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) R.L. Rijnen.

KR