Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH4756

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-03-2009
Datum publicatie
10-03-2009
Zaaknummer
08-4870 ZW-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Gegrond verklaring verzet. Verschoonbare termijnoverschrijding. Doordat naam (gemachtige) en gironummer (betrokkene) niet correspondeerden, werd betalingsopdracht door Postbank teruggezonden. Betrokkene heeft spoedig daarna griffierecht

opnieuw overgemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/4870 ZW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 8 juli 2008, 08/729 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

Datum uitspraak: 3 maart 2009

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 10 december 2008 heeft de Raad het namens appellant door mr. M.A. Koot, advocaat te Den Haag, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 10 december 2008 heeft mr. Koot namens appellant verzet gedaan.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 10 december 2008 berust op de overwegingen dat appellant het verschuldigde griffierecht niet binnen de hem daartoe gestelde termijn heeft betaald, en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.

In hetgeen namens appellant in verzet naar voren is gebracht ziet de Raad voldoende aanknopingspunten om de termijnoverschrijding wel verschoonbaar te achten.

Uit de bij het verzetschrift gevoegde stukken blijkt dat appellant - zelf - binnen de hem gestelde termijn de door de Raad aan mr. Koot gezonden en op diens naam gestelde acceptgiro aan de Postbank heeft gezonden. Doordat appellant op de acceptgiro zijn eigen rekeningnummer had ingevuld, correspondeerden de op de acceptgiro vermelde naam en het rekeningnummer waarvan het bedrag moest worden afgeschreven niet met elkaar. Als gevolg daarvan heeft de Postbank de betalingsopdracht aan appellant teruggezonden.

Uit de gedingstukken blijkt verder dat appellant spoedig daarna het griffierecht opnieuw heeft overgemaakt.

In die omstandigheden dient het verzet gegrond te worden verklaard.

Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 10 december 2008 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen grond.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2009.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) R.L. Rijnen.