Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH4692

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-02-2009
Datum publicatie
10-03-2009
Zaaknummer
07-6581 AWBZ
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om toepassing bijzonder rechtsmiddel van herziening. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/6581 AWBZ

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

Met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:

[Verzoeker], wonende te [woonplaats], (hierna: verzoeker)

om herziening van de uitspraak van de Raad van 23 oktober 2007, 05/7139 AWBZ (hierna: aangevallen uitspraak)

in het geding tussen

verzoeker

en

de Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg, als rechtsopvolgster van het regionaal Indicatieorgaan Nieuwe Waterweg Noord, gevestigd te Driebergen-Rijsenburg, (hierna: CIZ)

Datum uitspraak: 18 februari 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens verzoeker heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening van de aangevallen uitspraak.

CIZ heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 januari 2009. Verzoeker is daar verschenen, bijgestaan door mr. De Jonge. CIZ heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op de grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden voor de uitspraak;

b. bij de indiener van het verzoekschrift voor de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn; en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

De Raad heeft in de aangevallen uitspraak geoordeeld dat CIZ het bezwaar tegen het besluit van 4 maart 2004 niet-ontvankelijk had dienen te verklaren wegens niet- verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn. Met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb, heeft de Raad zelf in de zaak voorzien en het bezwaar tegen het besluit van 4 maart 2004 niet-ontvankelijk verklaard.

In het verzoekschrift is namens verzoeker gesteld, dat een aantal feiten en omstandigheden die door de Raad in zijn uitspraak niet als onderdeel van zijn motivering is genoemd, tot een ander oordeel had kunnen leiden wanneer zij eerder bekend waren geweest. In het verzoekschrift is vervolgens aangegeven dat de uitspraak van de Raad, waarvan herziening wordt verzocht, een juridische misslag bevat. Desgevraagd is ter zitting verklaard, dat als nieuwe feiten en omstandigheden worden aangevoerd de ontvangstbevestiging van het bezwaarschrift, het besluit op bezwaar van 29 december 2004, waarin is vermeld dat de beschikking van 4 maart 2004 is verzonden op 8 maart 2004 en de niet ondertekende versie van het besluit van 4 maart 2004, waarop als dagtekening 8 maart 2004 staat vermeld.

De Raad stelt voorop, dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de betrokken uitspraak te openen. De door verzoeker genoemde stukken zijn geen feiten en omstandigheden die bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak van de Raad niet bekend waren, zodat reeds hierom het verzoek moet worden afgewezen. Dat niet al deze stukken expliciet in de motivering van de uitspraak van de Raad staan vermeld, kan hieraan niet afdoen.

Het voorgaande leidt de Raad tot de slotsom dat het verzoek om herziening dient te worden afgewezen.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen grond.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door M.I. ’t Hooft als voorzitter en T.F.H.M. Hoogenboom en G.M.T. Berkel-Kikkert als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J. Waasdorp als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2009.

get.) M.I. ’t Hooft.

(get.) J. Waasdorp.

RB