Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH4678

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-01-2009
Datum publicatie
10-03-2009
Zaaknummer
07-4801 WVG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Proces-verbaal van mondelinge uitspraak. Weigering verhuiskostenvergoeding, aangezien nieuwe woning niet voldoet aan de gestelde eisen. Het zonder overleg tekenen van huurcontract, komt voor risico van betrokkene. Raad onderschrijft overwegingen rechtbank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

P R O C E S – V E R B A A L

van de mondelinge uitspraak ter openbare zitting van 21 januari 2009

CENTRALE RAAD VAN BEROEP

meervoudige kamer

Zitting hebben:

M.I. ’t Hooft als voorzitter en R.M. van Male en G.M.T. Berkel-Kikkert als leden.

Griffier: J. Waasdorp.

6e zaak, reg.nr. 07/4801 WVG

inzake:

[Appellante], wonende te [woonplaats], met kennisgeving niet ter zitting verschenen, (hierna: appellante)

tegen

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam (hierna: College), ter zitting vertegenwoordigd door mr. D. Cevik, werkzaam bij de gemeente Rotterdam.

De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het besluit van 17 juli 2006 van het College ongegrond verklaard, voor zover dat was gericht tegen de handhaving van de afwijzing van de aanvraag om een vergoeding van de kosten van verhuizing van de woning aan de [adres 1] te [plaatsnaam] (hierna: oude woning) naar de woning aan [adres 2] te [woonplaats] (hierna: nieuwe woning). De rechtbank heeft overwogen dat de nieuwe woning niet voldoet aan de eisen die in het besluit van 1 september 2005 van het College aan een te betrekken woning zijn gesteld, terwijl in de regio voldoende woningen vrijkwamen die wel voldoen aan die eisen. Appellante heeft bewust het risico genomen niet voor een verhuiskostenvergoeding in aanmerking te komen door, nadat zij het besluit van 1 september 2005 had ontvangen, zonder overleg met het College het huurcontract voor de nieuwe woning te tekenen.

De Raad heeft in hetgeen namens appellante - bij wijze van herhaling van het gestelde in eerste aanleg - in hoger beroep is aangevoerd geen aanknopingspunten gevonden om het oordeel van de rechtbank niet te volgen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

De Raad beslist daarom als volgt:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Waarvan proces-verbaal.

Utrecht, 21 januari 2009

De griffier, De fungerend voorzitter,

J. Waasdorp M.I. ’t Hooft

Voor eensluidend afschrift

de griffier van

de Centrale Raad van Beroep

OA