Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH4268

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-02-2009
Datum publicatie
03-03-2009
Zaaknummer
06-5442 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Beperkingen niet onderschat. De frequentie en duur van de migraine aanvallen leidt niet tot een excessief ziekteverzuim. Eerst in hoger beroep is toereikende arbeidskundige onderbouwing gegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/5442 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 augustus 2006, 05/1085 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 26 februari 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.P.J. van der Griend, werkzaam bij Stichting Rechtsbijstand te Tilburg, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Op 15 januari 2007 en 9 juli 2007 heeft het Uwv een arbeidskundige rapportage aan de Raad gestuurd.

Op 13 augustus 2007 heeft appellante medische stukken ingediend.

Namens het Uwv heeft bezwaarverzekeringsarts L. Ten Hove hierop een reactie gegeven.

Op 22 december 2008 heeft appellante een expertiserapport ingediend van psychiater B.M.J. Hogenboom. Hierop is namens het Uwv op 6 januari 2009 een reactie gekomen van bezwaarverzekeringsarts Ten Hove.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 januari 2009. Appellante is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. T.H.M.M. Kusters, werkzaam bij Stichting Achmea Rechtsbijstand te Tilburg. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. E.F. de Roy van Zuydewijn.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 23 augustus 2004 heeft het Uwv de aan appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekende uitkering, die werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, per 24 oktober 2004 herzien en vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.

Het door appellante tegen dit besluit gemaakte bezwaar is door het Uwv bij het bestreden besluit van 10 januari 2005 ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Onder verwijzing naar de rapportages van de (bezwaar)verzekeringsartsen heeft de rechtbank overwogen dat zij geen aanknopingspunten heeft gevonden voor het oordeel dat van onjuiste medische beperkingen is uitgegaan. Naar het oordeel van de rechtbank moet appellante in staat worden geacht de geselecteerde functies te verrichten.

3.1. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat onvoldoende rekening is gehouden met haar beperkingen en dat zij niet in staat is de geduide functies te verrichten. Met name de functie van telefoniste, receptioniste is volgens appellante niet geschikt omdat zij gebruik dient te maken van een headset of van een gewone telefoon. Gezien de klachten is appellante niet in staat dit een groot deel van de werkdag te doen.

Appellante heeft medische informatie ingediend van de behandelend anesthesioloog, neuroloog en psychiater en een rapport van psychiater Hogenboom.

3.2. De Raad overweegt als volgt.

3.3. Ten aanzien van de in hoger beroep overgelegde gegevens van de behandelend specialisten heeft de bezwaarverzekeringsarts L. ten Hove in haar rapport van 31 augustus 2007 overwogen dat deze informatie duidt op het bestaan van persisterende reeds bekende klachten en geconcludeerd dat er geen medische reden is om af te wijken van het eerdere medische oordeel. In de door appellante ingebrachte psychiatrische expertise heeft psychiater Hogenboom de vraag of hij zich kan verenigen met de op de Functionele Mogelijkhedenlijst van 2 februari 2004 vermelde beperkingen ontkennend beantwoord en gesteld dat hij appellante op 23 augustus 2004 niet in staat achtte de geduide functies uit te oefenen. De bezwaarverzekeringsarts heeft daarop gereageerd in een rapport van 6 januari 2009 en aangegeven dat de psychiatrische problematiek reeds beschreven is in het dossier, dat de psychiater geen nieuwe problematiek of diagnose toevoegt en geen gronden geeft waarom appellante meer beperkt zou zijn dan reeds werd aangenomen. Onder verwijzing naar haar rapport van 30 oktober 2005 stelt de bezwaarverzekeringsarts dat de psychiatrische problematiek is meegewogen, evenals het gebruik van medicatie, en geeft zij aan dat er geen aanleiding is het eerder ingenomen standpunt te wijzigen.

De Raad onderschrijft deze conclusie van de bezwaarverzekeringsarts.

3.4. Ter zitting van de Raad heeft appellante er op gewezen dat zij ten gevolge van aanvallen van migraine en aangezichtspijn regelmatig enkele dagen is uitgeschakeld en dat dit zal leiden tot een onacceptabel hoog ziekteverzuim. De Raad kan in de beschikbare gegevens geen steun vinden voor de stelling van appellante dat zij ongeveer negen keer in een periode van zes weken getroffen wordt door een aanval en dat zij dan minstens twee dagen, maar vaak ook vijf dagen tot niets in staat is. De Raad wijst in dit verband op het rapport van verzekeringsarts Tj. van der Schaaf van 20 januari 2004 waarin bij de anamnese is vermeld dat appellante ongeveer eenmaal per twee weken een aanval heeft waarvoor zij zich gedurende twee dagen moet terugtrekken. Een dergelijke frequentie en duur van de aanvallen leidt niet tot een excessief ziekteverzuim. Met een eventuele verslechtering na de datum in geding kan in het kader van deze beoordeling geen rekening worden gehouden.

3.5. Gelet op het voorgaande heeft de Raad in hetgeen in hoger beroep is aangevoerd geen aanknopingspunten gevonden om het medisch oordeel van het Uwv onjuist te achten.

3.6. Tevens is de Raad van oordeel dat de onderhavige schatting uiteindelijk op een voldoende arbeidskundige grondslag berust. In hoger beroep is met de rapporten van de bezwaararbeidsdeskundige van 11 januari 2007 en 14 juni 2007 voldoende toegelicht dat de functies van Telefonist, receptionist (sbc-code 315120), Schadecorrespondent (sbc-code 516080), Administratief ondersteunend medewerker (sbc-code 315100) en Boekhouder, loonadministrateur (beginnend) (sbc-code 315040) voor appellante medisch geschikt zijn. Nu pas in hoger beroep het bestreden besluit van een toereikende en juiste motivering is voorzien, dient het bestreden besluit te worden vernietigd. Gelet op het hiervoor weergegeven oordeel van de Raad kunnen daarbij echter wel, met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand worden gelaten.

4. De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Awb het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 644,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigt dat besluit;

Bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven;

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep tot een bedrag groot € 1.288,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellante het betaalde griffierecht van € 140,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door M.C.M. van Laar. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E.M. de Bree als griffier, uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2009.

(get.) M.C.M. van Laar.

(get.) E.M. de Bree.

MH