Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH4234

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-02-2009
Datum publicatie
27-02-2009
Zaaknummer
07-5571 WAJONG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. De Raad acht noch in het verzoekschrift en de bijlagen daarbij, noch in de nadien ingezonden stukken enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb gelegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/5571 WAJONG

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om herziening van:

[Verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),

van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 5 september 2007, 05/5920 WAJONG (hierna: de aangevallen uitspraak),

in het geding in hoger beroep tussen:

verzoekster

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 26 februari 2009

I. PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 5 september 2007 (05/5920 WAJONG).

Het Uwv heeft een reactie op het verzoekschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 januari 2009. Verzoekster en het Uwv zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. Verzoekster heeft bij brief van 22 september 2007 met bijlagen verzocht om herziening op grond van artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verband met een bij de reumatologe lopend onderzoek naar een stoornis die nieuw is in de medische wereld. Bij brieven van 1 december 2007 en 6 december 2008 heeft zij haar verzoek nader toegelicht onder overlegging van stukken. Op 23 december 2008 is een brief van de behandelend fysiotherapeut T. van der Veen ingekomen.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de Raad beslist op het hoger beroep van verzoekster tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 16 september 2005, 04/888. In het geding dat leidde tot de genoemde uitspraak van de rechtbank ging het om een weigering van het Uwv om aan verzoekster een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (WAJONG) toe te kennen. Verzoekster is geboren [in] 1949. De Raad heeft overwogen dat niet was gebleken van objectivering van medische arbeidsongeschiktheid noch van het doorlopen van de wettelijk voorgeschreven wachttijd van 52 weken in de periode van 30 oktober 1966 tot 30 oktober 1967. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat appellante vanaf haar 15e tot haar 22e jaar heeft gewerkt en dat het in het algemeen niet voor de hand ligt om van een persoon die een arbeidsverleden van enige betekenis heeft, niettemin aan te nemen dat hij destijds arbeidsongeschikt was. De Raad heeft de uitspraak van de rechtbank Dordrecht bevestigd.

3. Het Uwv stelt zich op het standpunt dat het verzoekschrift en de bijlagen daarbij niet als feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb zijn aan te merken.

4. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Awb juncto artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

5. De Raad acht noch in het verzoekschrift en de bijlagen daarbij, noch in de nadien ingezonden stukken enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb gelegen. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.

6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door M.C.M. van Laar. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E.M. de Bree als griffier, uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2009.

(get.) M.C.M. van Laar.

(get.) E.M. de Bree.

JL