Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH3806

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29-01-2009
Datum publicatie
24-02-2009
Zaaknummer
07-5458 AOW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep. In artikel 17c, derde lid, van de AOW is bepaald dat indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 49 van de AOW niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van ouderdomspensioen, de Svb kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en kan volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaren te rekenen vanaf de datum van waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven. Van deze situatie is in dit geval sprake. De gegeven waarschuwing kan niet meer leiden tot voor appellant nadelige gevolgen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/5458 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

[Appellant], wonende te [woonplaats], België (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 augustus 2007, 06/3398 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 december 2008. Appellant is met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.J. Oudenes.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Bij besluit van 23 mei 2005 heeft de Svb appellant een waarschuwing gegeven als bedoeld in artikel 17c van de AOW. Hieraan is ten grondslag gelegd dat appellant niet heeft voldaan aan zijn mededelingsverplichting door de wijziging met betrekking tot zijn woonsituatie niet onverwijld te melden.

1.2. Bij besluit van 15 augustus 2005 (hierna: bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van appellant tegen het besluit van 23 mei 2005 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad ziet zich, ambtshalve, gesteld voor de vraag of appellant thans nog belang heeft bij een beoordeling van de aangevallen uitspraak. In dit verband overweegt hij als volgt.

4.2. In artikel 17c, derde lid, van de AOW is bepaald dat indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 49 van de AOW niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van ouderdomspensioen, de Svb kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en kan volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaren te rekenen vanaf de datum van waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven.

4.3. De Raad stelt vast dat sinds het besluit van 23 mei 2005 waarbij de Svb appellant een schriftelijke waarschuwing heeft gegeven, inmiddels meer dan twee jaren verstreken zijn. Dit betekent dat, gelet op de periode van twee jaren als genoemd onder 4.2, de gegeven waarschuwing niet meer tot voor appellant nadelige gevolgen kan leiden. In hetgeen appellant heeft aangevoerd ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat thans overigens nog een procesbelang aanwezig is bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit.

4.4. Het vorenstaande leidt de Raad tot de slotsom dat het hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier, uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2009.

(get.) H.J. de Mooij.

(get.) W. Altenaar.

IA