Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH3572

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-02-2009
Datum publicatie
25-02-2009
Zaaknummer
07-5576 WVG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vergoeding verhuiskosten. In het nadere medisch rapport wordt geconcludeerd dat er een medische indicatie is voor de verhuizing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/5576 WVG

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant)

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 15 augustus 2007, 07/180 (hierna: aangevallen uitspraak)

in het geding tussen

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijssen-Holten (hierna: College).

Datum uitspraak: 4 februari 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.P. Smit, advocaat te Almelo, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 juli 2008. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Smit. Het College heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

De Raad heeft het onderzoek heropend.

Argonaut B.V. (hierna: Argonaut) heeft bij brief van 19 augustus 2008 een nader medisch rapport toegezonden.

Met toestemming van partijen is een nieuw onderzoek ter zitting achterwege gebleven.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant heeft op 21 augustus 2006 op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wet voorzieningen gehandicapten (hierna: Wvg) een voorziening aangevraagd in de vorm van een financiële tegemoetkoming in de kosten van verhuizing en inrichting.

Appellant is op 1 oktober 2006 van zijn woning aan de [adres 1] te [woonplaats] verhuisd naar een woning aan [adres 2] te [woonplaats].

1.2. Naar aanleiding van de aanvraag van appellant heeft Argonaut op 11 oktober 2006 medisch advies uitgebracht aan het College. In dit advies is aangegeven dat er geen medische indicatie is voor verhuizing naar een andere woning.

1.3. Bij besluit van 12 oktober 2006 heeft het College de aanvraag van appellant afgewezen.

1.4. Bij besluit van 2 februari 2007 heeft het College, onder verwijzing naar het advies van Argonaut van 11 oktober 2006, het bezwaar van appellant tegen het besluit van 12 oktober 2006 ongegrond verklaard. Hieraan ligt het standpunt ten grondslag dat een verhuizing medisch niet noodzakelijk is.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 2 februari 2007 ongegrond verklaard.

3. Namens appellant is in hoger beroep aangevoerd dat het medisch onderzoek van Argonaut onvolledig en onzorgvuldig is geweest en dat het College zijn besluit van 2 februari 2007 daarop niet had mogen baseren. Voorts is appellant van mening dat het College de door appellant overgelegde medische urgentieverklaring van CIZ van 30 juni 2006, waaruit blijkt dat appellant wegens zijn beperkingen een aantal keren per jaar geen gebruik kan maken van de traplift, onvoldoende gemotiveerd heeft gepasseerd. Ter ondersteuning van zijn standpunt is informatie van de huisarts van appellant overgelegd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Tussen partijen is in geschil of de verhuizing van de woning aan de [adres 1] te [woonplaats] (hierna: oude woning) naar de woning aan [adres 2] te [woonplaats] om medische redenen noodzakelijk is. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de oude woning in medisch opzicht voor appellant nog geschikt is.

4.2. Deze vraag beantwoordt de Raad op grond van het nader medisch rapport van 19 augustus 2008 van Argonaut ontkennend. Uit deze rapportage blijkt dat er ten tijde in geding reële forse beperkingen bestonden als gevolg van de aandoening van het bewegingsapparaat en de plots optredende immobiliteit door spierkrampen. Het gebruik van de in de oude woning aanwezige traplift is bij het optreden van een acute immobiliteit niet verantwoord, omdat er een verhoogd risico op persoonlijk letsel bestaat. Argonaut concludeert dat er een medische indicatie is voor de verhuizing.

4.3. Het voorgaande betekent dat - met vernietiging van de aangevallen uitspraak - het beroep tegen het besluit van 2 februari 2007 gegrond dient te worden verklaard en dat dit besluit wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2.4, eerste lid, van de Verordening voorzieningen gehandicapten Rijssen-Holten dient te worden vernietigd. Het College dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen.

5. De Raad ziet aanleiding om het College te veroordelen in de proceskosten van appellant. Deze kosten worden begroot op € 644,-- in beroep en op € 644,-- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand, op € 4,90 in beroep en op € 28,-- in hoger beroep voor reiskosten en op € 37,70 voor kosten deskundige.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep gegrond;

Vernietigt het besluit van 2 februari 2007;

Bepaalt dat het College een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak;

Veroordeelt het College in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1.358,60, te betalen door de gemeente Rijssen-Holten aan de griffier van de Raad;

Bepaalt dat de gemeente Rijssen-Holten aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 145,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J. Waasdorp als griffier, uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2009.

(get.) G.M.T. Berkel-Kikkert.

(get.) J. Waasdorp.

IJ