Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH2738

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-01-2009
Datum publicatie
12-02-2009
Zaaknummer
07-3028 ZFW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering bevallingskosten te vergoeden, aangezien appellante niet als medeverzekerde bij het Ziekenfonds kon worden ingeschreven. Geen rechtmatig verblijf in Nederland. Niet op het zelfde adres in de GBA ingeschreven als hoofdverzekerde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/3028 ZFW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 30 maart 2007, 06/6779 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

De Onderlinge waarborgmaatschappij Algemeen Ziekenfonds De Volharding U.A., gevestigd te ’s-Gravenhage (hierna: Azivo).

Datum uitspraak: 30 januari 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. B. Hiddinga mba, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.

Azivo heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2008. Namens appellante is verschenen mr. Hiddinga, voornoemd. Azivo heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.E. Waardenburg, werkzaam bij dit ziekenfonds.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellante heeft de Egyptische nationaliteit en is op 1 november 2005 Nederland ingereisd met een machtiging tot voorlopig verblijf. Op 2 november 2005 heeft zij een afspraak bij het immigratiekantoor gemaakt voor 22 november 2005. Op die datum heeft zij een verblijfsvergunning aangevraagd, die haar nadien is verleend voor de periode van 22 november 2005 tot 22 november 2006 en heeft inschrijving in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) plaatsgevonden. Per diezelfde datum is zij als medeverzekerde ingevolge de Ziekenfondswet (Zfw) ingeschreven. Inmiddels was appellante op

17 november 2005 bevallen.

1.1. Azivo heeft bij besluiten van 20 april en 4 mei 2006 geweigerd de kosten van de bevalling te vergoeden, omdat appellante eerst vanaf 22 november 2005 als medeverzekerde ingevolge de Zfw is ingeschreven.

1.2. Bij besluit van 3 juli 2006 heeft Azivo het bezwaar van appellante tegen voormelde besluiten ongegrond verklaard. Azivo heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat inschrijving als medeverzekerde op grond van artikel 5, zesde lid, van de Zfw eerst kan plaatsvinden indien appellante in de GBA op hetzelfde adres is ingeschreven als de verzekerde.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank, kort samengevat overwogen dat nu appellant op grond van de machtiging tot voorlopig verblijf slechts een rechtsgeldig verblijf van acht dagen in Nederland had, zij in de periode van 9 november tot 22 november 2005 niet rechtmatig in Nederland verbleef, zodat zij gelet op het bepaalde in artikel 4, achttiende lid, van de Zfw niet aan de voorwaarden voor medeverzekering voldeed.

2.1. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

3.1. De Raad stelt voorop dat het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Zfw zoals die luidde ten tijde hier van belang.

3.2. Ingevolge artikel 2 van de Zfw zijn vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verblijf genieten als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), niet in Nederland verzekerd ingevolge de Zfw. In artikel 4, achttiende lid, van de Zfw is bepaald dat in afwijking van artikel 2 van de Zfw als medeverzekerde als bedoeld in dit artikel wordt aangemerkt, de vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder f tot en met k, van de Vw 2000.

3.3. Artikel 8, onder i, van de Vw 2000 bepaalt dat de vreemdeling in Nederland uitsluitend rechtmatig verblijf heeft gedurende de vrije termijn, bedoeld in artikel 12, zolang het verblijf van de vreemdeling bij of krachtens artikel 12 is toegestaan.

3.4. Artikel 12, eerste lid, van de Vw 2000 bepaalt dat het aan de vreemdeling (….) gedurende een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn is toegestaan in Nederland te verblijven (….).

Ingevolge het tweede lid van artikel 12 van de Vw 2000 bedraagt deze termijn ten hoogste zes maanden en kunnen voor bij algemene maatregel van bestuur te onderscheiden categorieën van vreemdelingen verschillende termijnen worden vastgesteld.

Uit de artikel 3.3, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 volgt dat de vrije termijn voor appellante acht dagen bedraagt.

Hieruit volgt dat appellante geen rechtmatig verblijf hield in Nederland ten tijde van haar bevalling, zodat appellante op de bevallingsdatum niet als medeverzekerde kon worden ingeschreven.

3.5. Bovendien geldt ingevolge artikel 5, zesde lid, van de Zfw dat eerst tot inschrijving als medeverzekerde kan worden overgegaan indien de verzekerde op het zelfde adres in de GBA is ingeschreven als de persoon die medeverzekering verzoekt. Ook aan deze voorwaarde voldeed appellante niet op de datum van haar bevalling.

3.6. De van de kant van appellante geuite kritiek op de handelwijze van de IND laat de Raad in het kader van deze procedure, waarin uitsluitend de toepassing van de Zfw aan de orde is, onbesproken.

3.7. Gelet op het vorenstaande dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.

3.8. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Schoemaker als voorzitter en N.J. van Vulpen-Grootjans en R. Kooper als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A. Badermann als griffier, uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2009.

(get.) R.C. Schoemaker.

(get.) A. Badermann.

IJ