Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH2376

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-01-2009
Datum publicatie
10-02-2009
Zaaknummer
07-4919 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. De brief aan de Raad wordt opgevat als een verzoek om herziening. Betrokkene heeft grieven aangevoerd tegen de gang van zaken bij het College rond de opschorting en intrekking van zijn uitkering ingevolge WWB. Verzoeker heeft met het verzoek om herziening beoogd om op basis van reeds bekende gegevens de juistheid van de uitspraak van de rechtbank van 4 mei 2006 en de uitspraak van de Raad van 26 juni 2007 wederom ter discussie te stellen. Het - bijzondere - rechtsmiddel van herziening is daarvoor echter niet bedoeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/4919 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om herziening van:

[Verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),

van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 juni 2007, 06/3277 WWB,

in het geding tussen:

verzoeker

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College).

Datum uitspraak: 27 januari 2009

I. PROCESVERLOOP

Bij brief van 10 augustus 2007 heeft verzoeker zich tot de Raad gewend. Vervolgens heeft verzoeker bij brief van

22 september 2007 een vraag van de Raad beantwoord. De Raad vat de brief van 22 september 2007 op als een verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 26 juni 2007, 06/3277 WWB.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 16 december 2008, waar partijen niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad stelt allereerst het volgende vast.

1.1. Bij zijn uitspraak van 26 juni 2007, 06/3277 WWB, heeft de Raad beslist op het hoger beroep van verzoeker tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 mei 2006, 05/1701. Bij brief van 10 augustus 2007 heeft verzoeker nogmaals hoger beroep ingesteld tegen die uitspraak. In verband met het overschrijden van de beroepstermijn van zes weken is hem verzocht de reden van deze overschrijding aan te geven. Bij brief van 22 september 2007 deelt hij mee tijdig beroep te hebben ingesteld gelet op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 juni 2007, welke hij op 2 juli 2007 heeft ontvangen. Deze nadere brief vat de Raad dan ook op als een verzoek om herziening van de hiervoor vermelde uitspraak van de Raad.

1.2. Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of verzoeker gronden heeft aangevoerd die tot herziening van de uitspraak van de Raad van 26 juni 2007, 06/3277, kunnen leiden.

1.3. Ingevolge artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet kan een onherroepelijk geworden uitspraak op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

1.4. Verzoeker heeft grieven aangevoerd tegen de gang van zaken bij het College rond de opschorting en intrekking van zijn uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) met ingang van 3 december 2004.

2. De Raad overweegt het volgende.

2.1 Blijkens de brief van 10 augustus 2007 heeft verzoeker met het onderhavige verzoek om herziening beoogd om op basis van reeds bekende gegevens de juistheid van de uitspraak van de rechtbank van 4 mei 2006 en de uitspraak van de Raad van 26 juni 2007 wederom ter discussie te stellen. Het - bijzondere - rechtsmiddel van herziening is daarvoor echter niet bedoeld.

2.2. Nu door verzoeker geen feiten of omstandigheden zijn aangevoerd als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans als voorzitter en R.H.M. Roelofs en G.W.B. van Westen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2009.

(get.) N.J. van Vulpen-Grootjans.

(get.) M. Pijper.

OA