Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH2289

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-01-2009
Datum publicatie
10-02-2009
Zaaknummer
04-5086 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Maatregel: ziekmelding is 29 dagen te laat gedaan. Overschrijding van de termijn voor de ziekmelding is niet of verminderd verwijtbaar te achten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

04/5086 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 augustus 2004, 03/2737 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 28 januari 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. H. Stoppelenburg, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 november 2008. Namens appellant is verschenen mr. Stoppelenburg. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door R. Zaagsma.

Deze zaak is ter zitting gevoegd behandeld met de zaken 04/5085 WAO en 06/590 WAO. Na de sluiting van het onderzoek ter zitting is de behandeling gesplitst.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant heeft zich op 24 februari 1998 wegens rug- en buikklachten ziek gemeld voor zijn werk als medewerker housekeeping in een hotel gedurende gemiddeld 32 uur per week. Tevens was sprake van psychische klachten. Met ingang van 23 februari 1999 is aan appellant een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% toegekend. Met ingang van 28 juli 2002 heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellant herzien en nader berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. De Raad heeft het onderzoek in het geding over deze herziening heropend (04/5085 WAO). Na de herziening van de WAO-uitkering heeft het Uwv appellant een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet toegekend. Vanuit die situatie heeft appellant zich ingaande 26 augustus 2002 ziek gemeld door op het werkbriefje over de periode van 26 augustus 2002 tot 22 september 2002 in te vullen dat hij ziek is. Deze melding heeft het Uwv op 25 september 2002 ontvangen.

1.2. Bij besluit van 29 oktober 2002 heeft het Uwv appellant een maatregel in de vorm van een korting op zijn uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) opgelegd omdat de ziekmelding 29 dagen te laat is gedaan. De maatregel houdt in dat zijn uitkeringspercentage met 20% wordt verlaagd van 70% naar 50% gedurende de te late termijn. Het Uwv heeft overwogen dat geen sprake is van verminderde verwijtbaarheid of het geheel ontbreken van verwijtbaarheid. Evenmin acht het Uwv dringende redenen aanwezig om van oplegging van de maatregel af te zien. Het Uwv acht de maatregel in overeenstemming met de ernst van de gedraging en de mate van verwijtbaarheid. Bij besluit van 5 mei 2003 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 29 oktober 2003 ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daartoe overwogen dat appellant heeft gehandeld in strijd met artikel 38a van de ZW door pas op een werkbriefje van 23 september 2002 melding te maken van zijn arbeidsongeschiktheid. De rechtbank is niet gebleken van omstandigheden die zouden moeten leiden tot een verminderde verwijtbaarheid. Evenmin is de rechtbank gebleken van dringende redenen om van het opleggen van een maatregel af te zien.

3. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de overwegingen die de rechtbank in de aangevallen uitspraak tot dat oordeel hebben gebracht. In hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd kan de Raad geen reden zien de overschrijding van de termijn voor de ziekmelding niet of verminderd verwijtbaar te achten. Dat het Uwv appellant na de ziekmelding eerst in december 2002 voor controle heeft opgeroepen, kan daar niet aan afdoen. De maatregel is in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en het Maatregelenbesluit Tica opgelegd. De aangevallen uitspraak komt dan ook voor bevestiging in aanmerking.

4. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.C.M. van Laar als voorzitter en M.S.E. Wulffraat-van Dijk en C.P.J. Goorden als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W.R. de Vries als griffier, uitgesproken in het openbaar op

28 januari 2009.

(get.) M.C.M. van Laar.

(get.) W.R. de Vries.

TM