Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH2047

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-01-2009
Datum publicatie
10-02-2009
Zaaknummer
08/3690 CSV + 08/3690 CSV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoofdelijk aansprakelijke bestuurder van v.o.f. voor de door die onderneming onbetaald gelaten premies werknemersverzekeringen. De premienota’s kunnen in de procedure niet inhoudelijk aan de orde worden gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/3690 CSV

08/3688 CSV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op de hoger beroepen van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraken van de rechtbank ’s-Gravenhage van 8 mei 2008, 07/1243 en 07/1244 (hierna: aangevallen uitspraken),

in de gedingen tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 22 januari 2009.

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. L.A. van Walree-Brascamp, advocaat te Voorburg, hoger beroepen ingesteld.

Het Uwv heeft verweerschriften ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 december 2008, waar appellant is verschenen, bijgestaan door

mr. Van Walree- Brascamp en het Uwv zich met voorafgaand bericht niet heeft laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad stelt voorop dat het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) en de daarop rustende bepalingen, zoals die luidden ten tijde als hier van belang.

2.1. Voor een uitgebreider overzicht van de in dit geding relevante feiten en omstandigheden en de toepasselijke wet- en regelgeving verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraken. De Raad volstaat met het volgende.

2.2. Bij besluit van 17 oktober 2005 heeft het Uwv appellant op grond van artikel 16c, eerste lid, aanhef en onder c, van de CSV als bestuurder van de vennootschap onder firma [naam uitzendbureau] (hierna: [uitzendbureau]) hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de door die onderneming onbetaald gelaten premies werknemersverzekeringen ten bedrage van € 123.202,39. Het bezwaar tegen dat besluit is bij besluit van 16 januari 2007 ongegrond verklaard.

2.3. Bij besluit van 17 oktober 2005 heeft het Uwv appellant op grond van artikel 16c, eerste lid, aanhef en onder c, van de CSV als bestuurder van de vennootschap onder firma [naam firma] (hierna: [firma]) hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de door die onderneming onbetaald gelaten premies werknemersverzekeringen ten bedrage van € 80.876,22. Het bezwaar tegen dat besluit is bij besluit van 16 januari 2007 ongegrond verklaard.

3. Bij de aangevallen uitspraken heeft de rechtbank de beroepen van appellant tegen de besluiten op bezwaar van

16 januari 2007 ongegrond verklaard.

4. Appellant heeft die uitspraken gemotiveerd bestreden.

5.1. De Raad stelt voorop dat door appellant niet is betwist dat de besluiten tot hoofdelijke aansprakelijkstelling van appellant betrekking hebben op premieschulden welke zijn ontstaan gedurende perioden waarin hij bestuurder van

[uitzendbureau] respectievelijk [firma] was, zodat appellant op grond van artikel 16c, eerste lid, aanhef en onder c hoofdelijk aansprakelijk is voor die premieschulden.

5.2. Voorts stelt de Raad vast dat de door appellant geuite grieven geen betrekking hebben op de besluiten tot hoofdelijke aansprakelijkstelling als zodanig, maar zijn gericht tegen de aan [uitzendbureau] en [firma] opgelegde premienota’s. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de wettelijke bepalingen betreffende de bestuurdersaansprakelijkheid voor door een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid verschuldigde premie niet voorzien in de mogelijkheid voor de bestuurder om in het kader van de procedure over die aansprakelijkstelling de premienota’s inhoudelijk aan de orde te stellen. De Raad gaat dan ook voorbij aan hetgeen appellant hierover heeft aangevoerd. Om dezelfde reden faalt ook de grief van appellant, die inhoudt dat het Uwv in strijd met het beginsel van fair play heeft gehandeld door de premienota’s niet naar alle bestuurders van [uitzendbureau] en [firma] te sturen maar - na het verstrijken van de bezwaartermijn - de besluiten aansprakelijkstelling wel aan het privéadres van appellant te sturen.

5.3. De hoger beroepen slagen niet, zodat de aangevallen uitspraken dienen te worden bevestigd.

5.4. Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraken.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net als voorzitter en G. van der Wiel en N.J. van Vulpen-Grootjans als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2009.

(get.) B.J. van der Net.

(get.) R.E. Lysen.

RB