Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BH1815

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-01-2009
Datum publicatie
10-02-2009
Zaaknummer
07-3414 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Voldoende medische gegevens voorhanden, opvragen informatie behandelend sector was niet noodzakelijk. Geen urenbeperking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/3414 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 5 juni 2007, 06/7699 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 januari 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.P. de Witte, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 november 2008. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. drs. M. de Graaff.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 22 mei 2006 heeft het Uwv de aan appellant toegekende WAO-uitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%, per

13 juli 2006 ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid per die datum minder dan 15% bedraagt.

1.2. Bij besluit van 20 september 2006 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 22 mei 2006 ongegrond verklaard.

1.3. De rechtbank ’s-Gravenhage heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

2. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat het niet juist is dat er minder beperkingen zijn aangenomen. Zijn medische situatie is immers niet verbeterd. Er is ten onrechte geen rekening gehouden met de in beroep overgelegde verklaring van zijn behandelend psychiater en tevens heeft het Uwv ten onrechte geen medische informatie opgevraagd bij de behandelaars van appellant. Ten slotte is niet goed gemotiveerd waarom thans de urenbeperking niet meer van toepassing is. Bij de vorige beoordelingen waren de verzekeringsartsen van mening dat appellant maximaal 4 uur per dag/20 uur per week kon werken. Als het Uwv in een andere beoordeling de urenbeperking intrekt, worden er zware eisen gesteld aan de motivering daarvan, aldus appellant. Appellant verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Raad geregistreerd onder LJN BA5749. Tenslotte verzoekt appellant de Raad een deskundige te benoemen op het gebied van de psychiatrie ter beoordeling van zijn klachten en zijn duurbeperkingen.

3. De Raad overweegt als volgt.

3.1 De Raad is van oordeel dat, gelet op de stukken, er geen reden is te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en de juistheid van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), zoals die naar aanleiding van het medisch onderzoek is vastgesteld. De Raad kan appellant niet volgen in zijn stelling dat het Uwv ten onrechte geen informatie heeft opgevraagd bij de behandelend sector. Het Uwv beschikte over voldoende gegevens - mede verkregen uit eigen onderzoek - om een juist beeld van de medische toestand van appellant te verkrijgen. Met de in beroep overgelegde verklaring van de appellant behandelend psychiater is naar het oordeel van de Raad in voldoende mate rekening gehouden. Uit die verklaring is overigens niet af te leiden dat appellant meer of anders beperkt is dan in de FML is aangenomen.

3.2. Anders dan appellant is de Raad van oordeel dat het Uwv genoegzaam heeft gemotiveerd waarom thans geen urenbeperking meer van toepassing is. De Raad verwijst hierbij naar de rapportage van de verzekeringsarts A.W. Lechner van 27 maart 2006, waarin hij schrijft dat er nauwelijks beperkingen zijn ten opzichte van de normaal zodat er een FML zonder urenbeperking is opgesteld en naar de rapportage van bezwaarverzekeringsarts J.H.M. de Brouwer van 13 juli 2006 die onder meer schrijft dat op geen enkele van de daarvoor in de standaard Verminderde arbeidsduur toegelaten aspecten (beschikbaarheid, energetisch en preventief) een urenbeperking valt terug te voeren. Voorts overweegt de Raad dat de door appellant aangehaalde uitspraak van de Raad een andere situatie betreft dan thans in geding is. Om die reden kan die uitspraak niet tot een ander oordeel leiden.

3.3. De Raad ziet geen reden het verzoek van appellant om een deskundige te benoemen in te willigen.

3.4. Nu voorts niet is gebleken dat - uitgaande van de juistheid van de FML - appellant de aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde functies niet zou kunnen vervullen treft het hoger beroep geen doel, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

4. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door G. van der Wiel als voorzitter. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier, uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2009.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) M.D.F. de Moor.

KR