Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BG8827

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-12-2008
Datum publicatie
05-01-2009
Zaaknummer
07-5208 AW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontslag wegens ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking, anders dan uit hoofde van ziekten of gebreken. Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is niet gebleken of aannemelijk geworden dat appellant zijn werkzaamheden zonder deze achterstanden wel op de juiste wijze zou hebben verricht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/5208 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 juli 2007, 06/965 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel Oud-West van de gemeente Amsterdam (hierna: dagelijks bestuur)

Datum uitspraak: 18 december 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 november 2008. Appellant is, zoals tevoren bericht, niet verschenen. Het dagelijks bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Zwagerman, juridisch adviseur, en mr. C.C.R. Verhulst en A.K. Weel, beiden werkzaam bij het stadsdeel Oud-West van de gemeente Amsterdam.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant was indertijd werkzaam als coördinator betalingsverkeer/tijdschrijven bij de afdeling Financieel Beheer van de sector Financiën van het stadsdeel Oud-West van de gemeente Amsterdam. Met ingang van 1 januari 2002 is hij in het kader van een reorganisatie tewerkgesteld in de functie van kassier/invorderingsambtenaar bij de nieuw gevormde afdeling Financiën/Administratie & Applicatie van de sector Middelen. Deze functie vervulde appellant feitelijk al vanaf 1 oktober 2001.

1.2. Bij besluit van 22 juli 2005 heeft het dagelijks bestuur appellant met toepassing van artikel 1122, eerste lid, aanhef en onder c, van het Ambtenarenreglement Amsterdam ingaande 1 augustus 2005 uit de gemeentedienst ontslagen wegens ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking, anders dan uit hoofde van ziekten of gebreken. Bij het bestreden besluit van 28 februari 2006 heeft het dagelijks bestuur dit ontslagbesluit na door appellant gemaakt bezwaar gehandhaafd.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak, voor zover hier van belang, het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd, overweegt de Raad het volgende.

3.1. Appellant heeft allereerst aangevoerd dat zijn functie (per 1 oktober 2001) op onredelijke wijze is verzwaard door toevoeging van incassowerkzaamheden. Onder meer in een op 8 februari 2002 met hem gehouden functioneringsgesprek heeft hij hiertegen naar zijn zeggen grieven naar voren gebracht. Wat van dit laatste ook zij, gesteld noch gebleken is dat appellant tegen de toewijzing van de nieuwe functie een bezwaarschrift in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft ingediend. Deze toewijzing dient hier dan ook als een rechtens vaststaand gegeven te worden beschouwd. Van appellant kon daarom in beginsel worden verlangd dat hij zijn nieuwe functie naar behoren zou uitoefenen. Overigens betekende de toewijzing van die functie niet alleen een vermeer-dering maar ook een vermindering van de voordien op appellant rustende taken, nu zijn werkzaamheden op het gebied van tijdschrijven kwamen te vervallen.

3.2. De Raad stelt verder vast dat over de perioden maart 2001 tot en met december 2001 en maart 2002 tot en met september 2003 beoordelingen ten aanzien van appellant zijn opgemaakt die zijn uitgemond in het totaaloordeel: voldoet niet aan de gestelde eisen. Beide beoordelingen bevatten verder onder meer op het kernresultaatgebied “zorgdragen voor incasso” een onvoldoende beoordeling.

Appellant heeft beide beoordelingen voor gezien getekend maar is daartegen niet in het geweer gekomen. In zijn bij de Raad ingediende beroepschrift geeft hij aan dat de werkzaamheden hem boven het hoofd groeiden en dat in het bijzonder de incasso-werkzaamheden hem niet goed lagen. Voor zover appellant de problemen wijt aan de al bij aanvang van zijn werkzaamheden bestaande grote achterstanden in de incassowerk-zaamheden, merkt de Raad op dat uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting niet is gebleken of aannemelijk geworden dat appellant zijn werkzaamheden zonder deze achterstanden wel op de juiste wijze zou hebben verricht. Appellant is in dit kader extra begeleid en de zware incassozaken werden uitbesteed aan een incassobureau.

3.3. Ten slotte acht de Raad van belang dat het dagelijks bestuur, hoewel daartoe wettelijk niet verplicht, inspanningen heeft gedaan om appellant te begeleiden naar een andere passende functie, zoals op bladzijde 4 van de aangevallen uitspraak vermeld.

3.4. In de gegeven omstandigheden kan geen grond bestaan voor de stelling van appellant dat het dagelijks bestuur hem een financiële compensatie had moeten aanbieden voor de door hem ten gevolge van het ontslag gederfde inkomsten.

3.5. Gelet op al het vorenstaande is de Raad van oordeel dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

4. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en A. Beuker-Tilstra en J.Th. Wolleswinkel als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. van Berlo als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 december 2008.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen.

(get.) M. van Berlo.

HD