Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BG8455

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-12-2008
Datum publicatie
30-12-2008
Zaaknummer
08-1102 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/1102 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van

11 januari 2008, 05/7338, in het geding tussen:

[Verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 19 december 2008

I. PROCESVERLOOP

Mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, heeft namens verzoekster verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 11 januari 2008, 05/7338.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 november 2008. Verzoekster was vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Voor het Uwv is niemand verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2. Verzoekster heeft verzocht om herziening van de uitspraak van 11 januari 2008 stellende dat er sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die, indien zij bij de Raad bekend zouden zijn geweest, zouden hebben geleid tot een andere uitspraak, aldus verzoekster; zij gaat er daarom vanuit dat de Raad bepaalde stukken niet in zijn beoordeling heeft betrokken. Op grond daarvan moet geoordeeld worden dat de in die stukken gerelateerde feiten en omstandigheden, die door verzoekster samengevat naar voren zijn gebracht, feiten en omstandigheden zijn die nopen tot toelichting van de zaak.

3.1. De Raad overweegt dat de door verzoekster kennelijk gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de bestreden uitspraak niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb.

3.2. De Raad heeft echter in het verzoekschrift geen nieuw feit of nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb kunnen ontwaren. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.

4. Met betrekking tot het verzoek van het Uwv om verzoekster te veroordelen in de proceskosten volstaat de Raad met de opmerking dat het Uwv geen voor vergoeding in aanmerking komende (reis)kosten heeft gemaakt, nu er geen vertegenwoordiger van het Uwv ter zitting van de Raad is verschenen.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard als voorzitter en T. Hoogenboom en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van

A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 december 2008.

(get.) G.J.H. Doornewaard.

(get.) A.C. Palmboom.

TM