Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BG8418

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-12-2008
Datum publicatie
30-12-2008
Zaaknummer
07-4095 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO-schatting. De rechtbank is buiten de door artikel 8:69, lid 1, Awb, afgebakende omvang van het geding getreden door het aspect dat het primaire medische onderzoek niet door een verzekeringsarts is gedaan, ambtshalve te beoordelen. Terugwijzing naar rechtbank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/4095 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 5 juni 2007, 06/2141 WAO

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene)

en

appellant.

Datum uitspraak: 19 december 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 november 2008.

Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.G.M. Huijs.

Betrokkene en zijn gemachtigde zijn met kennisgeving niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het besluit van appellant van 10 november 2006 (bestreden besluit), waarbij de beƫindiging van de WAO-uitkering van betrokkene met ingang van 4 september 2006 is gehandhaafd.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van betrokkene gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en bepaald dat appellant een nieuw besluit dient te nemen met inachtneming van die uitspraak. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het medisch onderzoek niet is verricht overeenkomstig de eisen van de artikelen 2, 3 en 4 van het Schattingsbesluit omdat het medisch onderzoek in eerste instantie is verricht door een arts, J. Bosmans, die geen verzekeringsarts is. Dit aan het primaire onderzoek klevende gebrek is naar het oordeel van de rechtbank in de bezwaarfase niet hersteld omdat de bezwaarverzekeringsarts niet zelf een medisch onderzoek als bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4 van het Schattingsbesluit heeft verricht. Het bestreden besluit berust daarom niet op een juiste medische grondslag.

3.1. Appellant heeft tegen deze uitspraak aangevoerd dat er weliswaar sprake is van een gebrek in de primaire fase, maar dat dit hersteld is in de bezwaarfase. De bezwaarverzekeringsarts heeft zich niet beperkt tot dossierstudie, maar heeft betrokkene ook gesproken tijdens de hoorzitting. Bovendien heeft de bezwaarverzekeringsarts de ter hoorzitting overgelegde informatie van de huisarts in de beoordeling betrokken. Appellant acht het daarbij niet onbelangrijk dat zowel de arts Bosmans als de bezwaarverzekeringsarts beschikte over het rapport van klinisch psycholoog Steger.

3.2. Betrokkene heeft verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen.

4.1. De Raad overweegt het volgende.

4.2. De rechtbank heeft het bestreden besluit vernietigd omdat het medisch onderzoek in eerste instantie is verricht door een arts die geen verzekeringsarts is, terwijl dit gebrek niet is hersteld in de bezwaarfase. Door betrokkene was dit echter niet in beroep aangevoerd. Aldus is de rechtbank buiten de door artikel 8:69, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht afgebakende omvang van het geding getreden. De Raad wijst er op dat ook in zijn uitspraken van 18 juli 2007 (onder meer gepubliceerd onder LJN BA9909) is overwogen dat hij geen aanleiding heeft gevonden het aspect dat het primaire medische onderzoek niet door een verzekeringsarts is gedaan ambtshalve te beoordelen. Zie ook de uitspraak van de Raad van 31 oktober 2008 (LJN BG3672).

Dit betekent dat de aangevallen uitspraak niet in stand kan blijven.

4.3. De Raad zal de zaak terugwijzen naar de rechtbank omdat zij naar zijn oordeel nadere behandeling door de rechtbank behoeft. De rechtbank heeft zich niet uitgesproken over de vraag of appellant de juiste medische beperkingen voor betrokkene heeft aangenomen en ter zitting bij de Raad is dit punt niet aan de orde geweest.

4.4. Gelet op het vorenstaande zal de Raad thans geen oordeel geven over de overige beroepsgronden van appellant. De rechtbank zal de medische grondslag van het bestreden besluit opnieuw moeten beoordelen.

4.5. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep slaagt.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;

Wijst de zaak terug naar de rechtbank.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op

19 december 2008.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) M.C.T.M. Sonderegger.

KR